Digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg gaat verder met Blinkz
Het subsidieprogramma VIPP Babyconnect heeft de basis gelegd voor veilige en betrouwbare digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Vanaf 2025 zorgt Blinkz ervoor dat digitale uitwisseling doorgaat en verder ontwikkelt.
Goede geboortezorg begint met overzichtelijke, veilige en toegankelijke gezondheidsinformatie. Blinkz wil het makkelijker maken om deze informatie digitaal te delen, wat alleen mogelijk is als gegevens snel, veilig en op dezelfde manier worden uitgewisseld. Wanneer zorgverleners en (aanstaande) ouders in één oogopslag een overzicht hebben van alle actuele en relevante gegevens, kunnen zij beter samenwerken en weloverwogen keuzes maken.
Het betrokken en enthousiaste team van Blinkz zet zich samen met (aanstaande) ouders, zorgverleners, branchepartijen en softwareleveranciers in voor toegankelijke, veilige en duidelijke digitale gezondheidsinformatie in de geboortezorg. Alle afspraken worden vastgelegd in het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG).
Op deze manier blijft voor iedereen de juiste informatie op het juiste moment beschikbaar – een belangrijke basis voor de best mogelijke geboortezorg.
Heb je vragen over digitale gegevensuitwisseling? Klik op een van de onderwerpknoppen voor de meest gestelde vragen per onderwerp. Staat jouw vraag er niet bij, neem dan contact op met het Blinkz Informatiepunt.
Veelgestelde vragen
Hieronder vind je antwoorden op veelgestelde vragen. Klik op een categorie om alleen vragen uit die categorie te zien, of bekijk alle vragen door op Alles te klikken.
Staat jouw vraag er niet bij, neem dan contact op met het Blinkz Informatiepunt.
Hoe gebruik ik de geboortezorgviewer in mijn zorginformatiesysteem (handleiding)? ▼
Via onderstaande links vind je per zorginformatiesysteem een handleiding voor het gebruik van de viewer vanuit jouw systeem.
Wordt de aansluiting bij MedMij geregeld via het implementatieproces met de softwareleverancier, of moet een zorgverlener dit zelf organiseren? ▼
Dit wordt opgepakt binnen het programma MeerMed. Dit is het vervolg op het programma MedMij.
Heeft de zorgverlener (tijdens de implementatie) invloed gehad op welke informatie zichtbaar is voor andere zorgverleners en in de PGO, en kan die informatie verschillen? ▼
Nee. Wel is er via de bronleveranciers verschillende data beschikbaar. Bijvoorbeeld omdat gegevens wel in het ene bronsysteem worden vastgelegd, maar niet in het andere bronsysteem.
En niet alle bronsystemen zijn al klaar (december 2025) met het beschikbaar stellen van hun data.
Tijdens de subsidieperiode zijn eindgebruikers nauw betrokken geweest bij de ontwikkeling van de geboortezorgviewer, waardoor een overzicht is ontwikkeld dat het beste past bij de praktijk.
Mocht je tijdens het gebruik dingen tegen komen waarvan je denkt dat het beter kan, neem dan contact op met het Blinkz informatiepunt om je vragen te stellen, je wensen te delen en ontdek hoe digitale gegevens jouw zorgervaring of jouw werk als zorgprofessional kunnen verbeteren.
Hoe krijg ik toegang tot de cliëntgegevens van andere organisaties in de viewer? ▼
Om de gegevens te mogen inzien moet je toegang vragen. Je doet dit, namens je organisatie, eenmalig per cliënt. Zonder toestemming van de cliënt bij de bevraagde organisatie is toegang tot de gegevens niet mogelijk. Cliënten mogen er altijd voor kiezen hun gegevens niet (meer) te delen, de bevraagde organisatie kan dan de toestemming intrekken. De gegevens zullen in dat geval niet meer in de viewer te zien zijn.
Uitgebreide uitleg op deze vraag vind je bij HINQ: https://help.hinq.nl/nl/articles/92741-hoe-krijg-ik-toegang-tot-de-clientgegevens-van-andere-organisaties-in-de-viewer
Zijn alle zorgorganisaties ook te vinden op de Zorgaanbiederslijst (ZAL) van MedMij? ▼
Zie deze informatie m.b.t. organisaties in de ZAL:
Wanneer sluit de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan? ▼
Het huidige overdrachtsformulier is gedigitaliseerd en kan vanuit de viewer naar de aangesloten JGZ organisatie worden gestuurd. Hoe dit precies werkt en wat de versturende zorgverlener hiervoor moet doen, volgt nog in een handleiding. Status is dat de vier JGZ leveranciers (Eljakim, Allegro Sultum, Topicus en Gino) niet gaan uitrollen in productie voor de Kerst, maar waarschijnlijk in Q1 van 2026.
De cliënt krijgt dit niet te zien in de PGO. Want viewer slaat het document niet op en zal dus ook niet door een PGO opgehaald kunnen worden.
Klopt het dat een zorgprofessional na toestemming van de cliënt soms meer informatie kan inzien dan de cliënt in de PGO, omdat niet alle zorginstellingen al op de ZAL zijn aangesloten? ▼
Ja dat klopt. De zorgverlener-zorgverlener uitwisseling wordt al gebruikt in de dagelijkse praktijk. De bronsystemen van verloskunde, kraam en echo moeten zich nog kwalificeren bij MedMij. Dan pas komen de organisaties met dat bronsysteem op de ZAL en kunnen gegevens via een voor de geboortezorg gekwalificeerd PGO ingezien worden.
Zijn softwareleveranciers en HINQ 24 uur bereikbaar? ▼
Nee, dit is ook niet nodig. De bereikbaarheid van softwareleveranciers is hetzelfde als vóór het programma Babyconnect. De bereikbaarheid van HINQ zal daarop aansluiten. Deze bereikbaarheid is vastgelegd in de contracten met de softwareleveranciers en HINQ.
Wie lost technische problemen op? ▼
Voor praktische problemen geldt de algemene ondersteuningsroute die hierboven is aangegeven (zie boven/link). De RSO verwijst alleen door, maar lost geen inhoudelijke of technische issues op. Wanneer de RSO het contract heeft met HINQ en er zijn veel klachten, dan kan de RSO dit escaleren volgens de contractuele afspraken. Als een andere partij (bijvoorbeeld het VSV zelf) het contract heeft, moet je bij die partij zijn.
Is een RSO 24u uur per dag bereikbaar voor service? ▼
Nee, dit is ook niet nodig. Net als bij het gebruik van het eigen EPD, is het dus van belang een noodprocedure te beschrijven, waarin een tijdelijke work-around staat beschrijven totdat de technische problemen zijn opgelost. De RSO zorgt voor duidelijke routes en informatie. Zie de voorbeelden van twee RSO’s:
Ik wil meedoen met digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg, wat moet ik doen? ▼
Hoe is de ondersteuning voor gebruikers geregeld? ▼
Ben je aan de slag met de geboortezorgviewer en heb je vragen? Er is altijd een plek waar je terecht kan.
Cliënten kunnen gebruik maken van de landelijke helpdesk digitale zorg.
Als je een eigen ICT-afdeling hebt (zoals in ziekenhuizen en grote kraamzorgorganisaties):
Meld je problemen bij je interne ICT-helpdesk.
Als ICT het probleem niet oplost óf je hebt geen ICT-afdeling (zoals veel verloskundigenpraktijken of zzp’ers).
Volg onderstaand schema:
Probleem | Actie |
Foutmelding in eigen bronsysteem | Neem contact op met je eigen leverancier |
Viewer geeft fout, maar opent wel | Gebruik de support-knop (vraagteken rechtsboven in de viewer) |
Viewer werkt helemaal niet | Mail naar |
Overige vragen | Neem contact op met je RSO – zij helpen je verder |
Wie is verantwoordelijk voor de servicedesk? ▼
Als de viewer niet werkt, is ondersteuning nodig. Primair zullen gebruikers contact opnemen met hun eigen ICT-afdeling of direct met de softwareleverancier van hun bronsysteem, zoals dat nu ook gebeurt als het EPD een storing geeft.
Als data niet zichtbaar is in de viewer dan is een beslisboom beschikbaar, waarmee de gebruiker veelal zelf de oorzaak kan aanpakken. Als dat niet lukt, biedt de RSO ondersteuning in de vorm van een helpdesk.
Uiteraard heeft HINQ zelf ook een helpdesk. De verwachting is dat vooral softwareleveranciers en RSO’s contact met HINQ zullen opnemen en niet gebruikers zelf. Mocht er echter duidelijk een probleem zijn met het werken van de viewer, dan is die mogelijkheid er wel.
Welke opzegtermijn zitten er op de nieuwe contracten met de RSO’s en HINQ en is er gezien de marktwerking keuze om bijvoorbeeld na een jaar te wisselen van aanbieder? ▼
De opzegtermijn wordt afgesproken in het contract. Omdat 2026 een overgangsjaar is, is het advies om nu nog geen meerjarencontracten af te sluiten. In de loop van 2026 zal duidelijkheid komen over de structurele financiering, wat kan worden meegenomen in de contracten voor 2027 en verder.
Onze regio heeft geen RSO in de buurt, wat nu? ▼
RSO-Nederland heeft alle VSV’s gekoppeld aan een RSO dat het regionale beheer voor het VSV op zich kan nemen. Hiervan is in een eerder stadium via het penvoerdersoverleg een lijst verspreid. Mocht dit bij het VSV niet duidelijk zijn, neem dan contact op met Daniëlle of Iris van de Federatie van VSV’s.
Wat moet ik binnen mijn VSV regelen? ▼
Binnen je VSV moet je een aanspreekpunt ‘digitale gegevensuitwisseling’ aanwijzen. Deze persoon onderhoudt het contact met de RSO en de gebruikersgroepen. Deze persoon kan een werkgroep instellen, zodat op regelmatige basis bij gebruikers functionele ontwikkelwensen voor digitale gegevensuitwisseling kunnen worden opgehaald. Ook kunnen nieuwe ontwikkelingen worden gecommuniceerd en hoe daar in het VSV gebruik van te maken.
Je kunt per VSV zelf bepalen welke persoon jullie aanspreekpunt is, afhankelijk van hoe je VSV ingericht is. Het kan ook de projectleider van je huidige subsidiewerkgroep zijn. Belangrijk is dat het aanspreekpunt binnen het VSV afstemt en betrokken wordt bij zaken over digitale gegevensuitwisseling. Maak hierover samen afspraken in de vorm van een lokale werkinstructie (als die er nog niet is), gebaseerd op hoe die afstemming en betrokkenheid tijdens de looptijd van Babyconnect geregeld was.
Wat gebeurt er met de financiering voor het regionaal beheer in 2027? ▼
Vanaf 2027 wordt het tarief voor het regionaal beheer opgenomen in de structurele bekostiging voor VSV’s. De gesprekken over de structurele bekostiging lopen.
Hoe is de landelijke financiering geregeld per 2026?
Het ministerie van VWS zal de kosten voor de landelijke governance voor haar rekening nemen en deze rechtstreeks aan de Federatie van VSV’s vergoeden.
Hoe kan ik als zorgverlener meer leren over aan de slag gaan met digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg? ▼
Er is een e-learning is ontwikkeld om jou als zorgverlener stap voor stap mee te nemen, zodat je aan de slag kunt met digitale gegevensuitwisseling. Dat geldt voor uitwisseling tussen zorgverleners en tussen jou als zorgverlener en de cliënt.
De e-learning bestaat uit informatie met een aantal vragen. Het volledig doorlopen van deze e-learning kost ongeveer 15 minuten.
Je vindt de e-learning via deze link.
Doelstelling
Je weet als zorgverlener hoe je aan de slag kunt met digitale gegevensuitwisseling en waar je welke informatie kunt vinden.
Leerdoelen
Voor deze e-learning zijn de volgende leerdoelen geformuleerd:
Je weet hoe we gegevens digitaal kunnen uitwisselen binnen de geboortezorg en je leert meer over groeipaden.
Je weet wat een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) is en waar je informatie kunt vinden.
Je weet welke stappen je moet nemen om aan de slag te kunnen met digitale gegevensuitwisseling.
Je weet hoe je ervoor kunt zorgen dat digitale gegevensuitwisseling een succes wordt.
Praktisch
Er is geen accreditatie mogelijk voor de e-learning.
Overige e-learnings:
Aanvullend op deze e-learning bestaan er verdiepende e-learnings over digitale gegevensuitwisseling, de viewer en de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO).
Als je nog niet zo bekend bent met digitale gegevensuitwisseling kun je eerst de andere e-learnings doorlopen. Dat maakt het makkelijker om de inhoud van deze e-learning te begrijpen:
Basistraining digitale gegevensuitwisseling – Duur: 40 min
Wat is een viewer? – Duur: 15 min
Wat is een PGO? En verdieping PGO – Duur: 2 x 15 mi
Wanneer worden de overeenkomst die de VSV’s met RSO’s kunnen sluiten beschikbaar gesteld? ▼
De concept modelovereenkomst die VSV’s kunnen gebruiken voor het sluiten van een overeenkomst met hun regionale RSO is gereed. Deze vind je hier.
Let op: Alle zaken die nodig zijn voor het regionaal beheer vallen dus binnen de modelovereenkomst. Indien je als VSV gebruik wilt maken van andere/aanvullende dienstverlening bovenop de standaardservice, dan vallen deze extra kosten buiten het door ZN beschikbaar gestelde budget. Deze aanvullende services dienen dan ook uit eigen middelen te worden bekostigd.
Hoe is de financiering geregeld na 2026? ▼
De financiering van digitale gegevensuitwisseling in 2026 is te verdelen in drie niveaus. Lokaal, regionaal en landelijk. Via deze 3 stromen zullen zorgorganisaties de kosten kunnen betalen die de softwareleveranciers rekenen voor digitale gegevensuitwisseling (= lokale financiering), kunnen VSV’s de regionale kosten dragen voor de viewers, en regionaal onderhoud en beheer (= regionale financiering) en kan Blinkz landelijk het afsprakenstelsel onderhouden en innoveren (= landelijke financiering).
Lokale financiering:
Hoe is de financiering op lokaal niveau geregeld per 2026?
Vanaf 2026 wordt de bekostiging van digitale gegevensuitwisseling opgenomen in het NZa-tarief voor verschillende disciplines. Dit geldt voor de eerste lijn (kraamzorg, verloskundigen). Vanuit dit tarief betaalt de zorgverlener de factuur van de leverancier van het eigen informatiesysteem voor digitale gegevensuitwisseling.
Voor ziekenhuizen verloopt de bekostiging via vrij onderhandelbare tarieven tussen het ziekenhuis en de zorgverzekeraar. Voor de voortzetting van digitale gegevensuitwisseling wordt geadviseerd om een bedrag van €15.000 tot €30.000 te reserveren, afhankelijk van de betreffende softwareleverancier. Wij adviseren contact op te nemen met de leverancier om inzicht te krijgen in de specifieke kosten voor voortzetting en beheer.
Als je hier vragen over hebt adviseren wij jullie je te richten tot de NVZ.
Regionale financiering:
Hoe zit het nu met de financiering voor het regionaal beheer in 2026?
Eerder is gecommuniceerd dat in 2026 per VSV één zorgaanbieder de kassiersfunctie zou vervullen. Echter, is hier recent (24 oktober) een andere oplossing gevonden. De nieuwe route houdt in:
• ZN vervult de kassiersfunctie en betaalt het totaalbedrag voor regionaal beheer rechtstreeks aan RSO Nederland;
• RSO Nederland neemt de leveranciersverplichtingen op zich voor het platform, de viewer en de onderhouds- en beheerkosten;
• VSV’s hoeven zelf géén contracten meer af te sluiten met de RSO’s en HINQ en worden maximaal ontzorgd door de RSO’s. Wel blijft het noodzakelijk dat je als VSV afspraken maakt met je RSO over het regionaal beheer (taken, aanspreekpunten, etc.). Dit leg je vast met de modelovereenkomst.
Het afsluiten van een overeenkomst tussen het VSV en de RSO is dus nog steeds belangrijk. Voor het VSV is dit onderdeel van de subsidieverplichting en voor de RSO is dit belangrijk voor de toekenning van gelden. Over de financiering hoef je je als VSV dus geen zorgen meer te maken.
Als het programmabureau stopt waar gaat Blinkz dan onder vallen? ▼
Blinkz wordt per 1 januari 2026 ondergebracht bij de Federatie van VSV’s.
Eerder was de wens al door alle partijen van het DIG uitgesproken om Blinkz structureel onder te brengen bij de Federatie van VSV’s. De Federatie heeft aangegeven dat dit enkel mogelijk is onder de volgende voorwaarden:
er is een gezamenlijke visie op product & doorontwikkeling, die nog steeds door een ieder onderschreven wordt; Dit hebben de landelijke partijen op 11 september opnieuw naar elkaar uitgesproken.
structurele financiering niet alleen is geregeld voor het regionale beheer (VSV’s) maar ook voor het landelijke beheer (Blinkz);
De Federatie en haar leden lopen geen financieel risico als Blinkz bij de Federatie van VSV’s wordt ondergebracht.
Wie is waarvoor verantwoordelijk? ▼
De partijen zien urgentie van duidelijk communiceren van successen, maar ook van laten zien hoe uitdagingen en dergelijke worden opgepakt. Ook moet duidelijker worden uitgedragen wie waarvoor verantwoordelijk is en wat je kunt verwachten.
VSV: Eindverantwoordelijk voor regionale implementatie & beheer (zie ook document "beheer"). Hiervoor is binnen het VSV een aanspreekpunt digitale gegevensuitwisseling nodig. De uitvoering van haar verantwoordelijkheden kan het VSV beleggen bij de RSO.
Zorgaanbieders binnen het VSV: Verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van data en het faciliteren van zorgverleners voor het gebruik van de viewer.
RSO: Zorgt voor technische ondersteuning van digitale gegevensuitwisseling in de regio. Daarnaast kan de RSO verantwoordelijkheden van het VSV overnemen met betrekking tot implementatie en beheer.
Blinkz: Landelijk beheer en doorontwikkeling van het afsprakenstelsel. Daarvoor zal afstemming plaatsvinden met (eind)gebruikersgroepen, RSO-Nederland en de Federatie van VSV’s.
Wat moet ik weten over een PGO zodat ik mijn cliënt goed kan informeren? ▼
Om je cliënten goed te informeren over PGO's, is het belangrijk dat je zelf een goed begrip hebt van wat een PGO is, hoe het werkt en wat de voordelen en beperkingen zijn.
Informatie voor de cliënten:
Leg uit dat een PGO te vergelijken is met een digitale kluis voor gezondheidsgegevens.
Benadruk dat PGO's gratis te gebruiken zijn.
Vermeld dat PGO's nog volop in ontwikkeling zijn en dat er steeds meer functionaliteiten beschikbaar zullen komen.
E-learning voor Zorgprofessionals:
Voor zorgprofessionals is er een gratis e-learning beschikbaar om meer te leren over PGO's. Deze e-learning bestaat uit twee modules en behandelt onderwerpen zoals: wat een PGO is, hoe het werkt, waar het vandaan komt, het belang ervan, de ontwikkelingen en het verschil met een portaal. De e-learning is voor iedereen toegankelijk, ongeacht ervaringsniveau.
Je vindt de gratis e-learning HIER
Meer informatie: Kijk op de website www.pgo.nl voor meer informatie over PGO's en het PGO informatiepunt .
Dit onderzoek geeft een overzicht van hoe verloskundigen denken over het PGO en hun intentie om het aan te bevelen bij hun cliënten.
Welke wet- en regelgeving is van toepassing? ▼
Sinds juli 2020 hebben cliënten recht op elektronische inzage in het medisch dossier dat elke zorgverlener van hen bijhoudt. Dit is geregeld in de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens (Wabvpz). De Wet Elektronische Gegevensuitwisseling In de Zorg (Wegiz) is sinds 1 juli 2023 in werking. Dit betekent dat zorgaanbieders wettelijk verplicht worden om zorggegevens elektronisch uit te wisselen. De rechten en plichten van cliënten/patiënten en zorgverleners staan in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).
Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg
Digitale gegevensuitwisseling is opgenomen in de wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg (Wegiz). Deze wet gaat verplicht dat zorgaanbieders elektronisch patiëntengegevens met elkaar uitwisselen. Het is een kaderwet. Dit betekent dat er naast de wet aanvullende regels komen over welke gegevensuitwisselingen vanaf wanneer elektronisch moeten plaatsvinden. Meer over de Wegiz lees je hier.
Over het belang van de Wegiz voor clienten/patiënten vertelt directeur Dianda Veldman van Patiëntenfederatie Nederland in dit korte filmpje meer.
Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst
De wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt de rechten en plichten van cliënten die een behandeling krijgen en van zorgverleners. Deze wet ligt aan de basis van alle zorgverlening.
Op deze pagina van het ministerie van VWS vind je meer informatie over de WGBO.
Normering en certificering
Om te bepalen hoe zorgverleners cliëntgegevens met elkaar uitwisselen, worden in de Wegiz zogenaamde NEN-normen opgenomen. Deze normen zijn onder andere nodig om afspraken over taal en techniek vast te leggen. Samen met de zorg en leveranciers worden deze normen opgesteld. Zorgaanbieders moeten voldoen aan de NEN-norm die voor hen van toepassing is en mogen alleen ICT-producten gebruiken die een certificaat hebben.
Meer informatie vind je hier.
Wat is interoperabiliteit? ▼
Interoperabiliteit is het vermogen van verschillende systemen en applicaties om met elkaar te communiceren en samen te werken, ongeacht de technologie, taal of platform waarop ze zijn gebouwd. Het is een belangrijk aspect van modern bedrijfsmanagement, omdat het bedrijven in staat stelt om informatie te delen en processen te integreren over verschillende systemen heen.
Simpel gezegd, het betekent dat verschillende systemen en partijen naadloos met elkaar kunnen communiceren en gegevens kunnen delen.
Om dit te bereiken zijn heldere afspraken en randvoorwaarden nodig op verschillende niveaus, zoals:
Organisatieniveau: Duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en processen voor samenwerking.
Zorgprocesniveau: Afspraken over de specifieke zorgprocessen, de momenten waarop informatie wordt overgedragen, en de toegankelijkheid van informatie voor cliënten en zorgverleners.
Informatieniveau: Welke gegevens worden vastgelegd en gedeeld, wie bepaalt dit, en hoe wordt de informatie toegankelijk en begrijpelijk gemaakt?
Applicatieniveau: Welke systemen worden gebruikt en hoe wisselen ze informatie uit, zodat zorgverleners in hun eigen systeem kunnen blijven werken?
IT-infrastructuur: Hoe wordt de technische uitwisseling van informatie mogelijk gemaakt en beveiligd, en hoe sluiten verschillende organisaties aan op het netwerk?
Essentiële randvoorwaarden:
Beveiliging: Naleving van standaarden zoals MedMij, gecertificeerde toegang, cliëntcontrole over gegevens en versleutelde opslag.
Wet- en regelgeving: Voldoen aan wetten zoals o.a. de AVG, WGBO, WEGIZ en Wbsn-z. (zie ook voor een toelichting en overige wet- en regelgeving het afsprakenstelsel).
Standaarden en certificering: Aansluiten bij de nieuwste standaarden en ontwikkelingen.
Kortom, interoperabiliteit is de sleutel tot efficiënte en veilige gegevensuitwisseling in de zorg. Dit vereist samenwerking, duidelijke afspraken en naleving van wetgeving en standaarden.
Zie voor meer informatie: https://nictiz.nl/wat-we-doen/zorginformatiestelsel/interoperabiliteit/lagenmodel-3/
Hoe verloopt de informatiestroom bij digitale gegevensuitwisseling? ▼
Tijdens het subsidieprogramma VIPP Babyconnect is gewerkt een werkbare aanpak om de uitwisseling in de praktijk te realiseren.
Het gaat om de informatiedeling tussen cliënten en zorgverleners en tussen zorgverleners onderling. Hoe informatie-uitwisseling onder de motorkap eruit ziet wanneer je als cliënt of zorgverlener gegevens wilt raadplegen of publiceren vind je in deze infographic: Informatiestroom Modulair ontwerp V2
Wat zijn eindgebruikersgroepen? ▼
Eindgebruikers zijn de personen of groepen die betrokken zijn bij digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Het zijn de gebruikers van de data die uitgewisseld wordt. Deze eindgebruikers zijn verdeeld in vier groepen:
Cliënten/Patiënten
Zorgverleners
Zorgorganisaties en zorgnetwerken
Data-analisten en onderzoekers
Het doel is dat eindgebruikers de regie en beslissingsbevoegdheid hebben om veilige digitale gegevensuitwisseling mogelijk te maken, binnen een netwerkzorgmodel dat rondom de cliënt is georganiseerd. En dat zij de informatie zo kunnen zien/lezen zoals zij het prettig en werkbaar vinden.
Tijdens de subsidieperiode van VIPP Babyconnect is er een visiedocument gemaakt.
Ga naar het visiedocument: Visiedocument eindgebruikers
Wat is VIPP Babyconnect? ▼
VIPP Babyconnect is een tijdelijk subsidieprogramma (tot in 2025) dat de geboortezorg ondersteunt de regionale partnerschappen bij het realiseren van veilige digitale gegevensuitwisseling. Het doel is om naadloze zorg voor moeder en kind te creëren rondom de zwangerschap en geboorte. Dit betekent dat alle betrokken zorgverleners, inclusief de jeugdgezondheidszorg, kinderarts en huisarts, op het juiste moment toegang hebben tot de juiste informatie.
Waarom is dit belangrijk?
Regie bij de cliënt: De cliënt krijgt de regie heeft over zijn/haar eigen gegevens.
Zorg op maat: Door digitale gegevensuitwisseling kan de zorg beter worden afgestemd op de behoeften van de zwangere of kraamvrouw.
Efficiëntie en veiligheid: Het voorkomt dubbel werk, vermindert de kans op fouten, en bespaart tijd doordat overdracht van gegevens niet meer handmatig hoeft.
Om ervoor te zorgen dat de behaalde resultaten behouden blijven en nieuwe ontwikkelingen door blijven gaan, ook na afloop van het subsidieprogramma, is het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG) ingericht. Het DIG is de samenwerking tussen alle betrokken partijen in de geboortezorg om te zorgen dat gegevensuitwisseling blijft voldoen aan de wensen van eindgebruikers. Dit zijn cliënten, zorgverleners, zorgorganisaties en data-analisten/onderzoekers.
Het waarborgen van de resultaten van het subsidieprogramma is essentieel. Het DIG speelt hierin een belangrijke rol door:
Vervolgstappen na VIPP Babyconnect: Het DIG zorgt dat de geboortezorg stappen blijft zetten op het gebied van digitale gegevensuitwisseling.
Afspraken over innovatie en beheer: Binnen het DIG worden afspraken gemaakt over toekomstige innovaties en het beheer van de digitale infrastructuur.
Blijvende aansluiting bij wensen eindgebruikers: Het DIG zorgt ervoor dat gegevensuitwisseling aansluit op de behoeften van alle betrokkenen, van cliënten tot onderzoekers.
Voor meer informatie over het DIG, zie: Wat is het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG)?
De belangrijkste onderdelen zijn samengevat in een factsheet.
Ga naar de factsheet: Visuele samenvatting VIPP-Babyconnect
Wat betekent een bepaalde afkorting of begrip? ▼
In de geboortezorg en ICT worden veel afkortingen en begrippen gebruikt. In onderstaande lijst vind je termen die veel gebruikt worden in digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg.
Wat houden use cases precies in? ▼
Een use case is een specifieke beschrijving van een praktijksituatie in de geboortezorg waarbij voor een concrete situatie wordt beschreven welke informatie een zorgverlener wil zien. Dit wordt beschreven aan de hand van actoren (mensen, systemen) en transacties (welke informatie wordt wanneer vastgelegd en wanneer opgeroepen). Use cases slaan een brug tussen de zorgwereld en de IT wereld. Zie meer in factsheet usecases bij VIPP Babyconnect.
De use cases waar VIPP Babyconnect naar verwijst, zijn tot stand gekomen in samenwerking met zorgverleners. Er is aan zorgverleners gevraagd op welke momenten in het zorgproces behoefte is aan het raadplegen van geboortezorggegevens. Op basis van deze input zijn een aantal use cases met bijbehorende scenario’s uitgewerkt.
Wat was het functioneel ontwerp dat bij de start is opgesteld? ▼
Om veilige digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg te realiseren, is betrokkenheid van alle eindgebruikers nodig. In het Functioneel Ontwerp staan hun eisen en wensen voor digitale gegevensuitwisseling.
Welke eisen stellen alle gebruikers aan de functionaliteit? Welke informatie willen zij op welk moment in kunnen zien? In antwoord op deze en meer vragen is een functioneel ontwerp opgesteld.
Het ontwerp is bedoeld voor alle betrokken partijen in de geboortezorg. Dit zijn de vrouw die zwanger wil worden, zwanger is of zwanger was, de zorgverleners, de zorgorganisaties en andere partijen.
Het Functioneel Ontwerp is de basis geweest voor de verdere ontwikkelingen binnen het subsidieprogramma VIPP Babyconnect.
Lees hier het Fuctioneel Ontwerp: Babyconnect Functioneel ontwerp
Wat is het Framework? ▼
Het Framework vormde het startpunt van het VIPP Babyconnect (het subsidieprogramma) en stelde kaders om tot een gezamenlijke aanpak te komen die voor de gehele (geboorte)zorg werkt.
Het Framework is tot stand gekomen in opdracht en onder regie van het ministerie van VWS in samenwerking met CPZ, Perined en Nictiz. Het Framework is opgesteld door Stichting CareCodex.
De naam van het document is voluit ‘FRAMEWORK 2018 – 2022 REALISATIE DIGITAAL INFORMATIE DELEN IN GEBOORTEZORG NEDERLAND’. Vanwege de verlenging van VIPP Babyconnect tot en met 2025 gelden deze kaders echter nog steeds.
Lees het Framework hier: FRAMEWORK 2018 – 2022 REALISATIE DIGITAAL INFORMATIE DELEN IN GEBOORTEZORG NEDERLAND
Wat is het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG)? ▼
In het kort:
Het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG) is een samenwerkingsverband dat de digitale uitwisseling van informatie binnen de geboortezorg sector verbetert. Het biedt zowel zorgverleners als cliënten voordelen, zoals snellere en veiligere gegevensuitwisseling, verbeterde samenwerking, en meer betrokkenheid van cliënten bij hun eigen zorgproces. De implementatie van digitale gegevensuitwisseling gebeurt stapsgewijs, met veel aandacht voor technische en wettelijke eisen, en door actieve betrokkenheid van alle gebruikersgroepen. Het DIG draagt zo bij aan een efficiënter en beter geïnformeerd geboortezorgproces in Nederland.
Samenwerking:
Op 5 juni 2023 hebben elf organisaties (Patientenfederatie Nederland, Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Bo Geboortezorg, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde (NVK), Beroepsvereniging Echoscopisten Nederland (BEN), College Perinatale Zorg (CPZ), Federatie van VSV’s, Penvoerders regionale partnerschappen, Perined, Stichting CareCodex) een overeenkomst getekend voor langdurige samenwerking rondom duurzame digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg.
Scope:
Het DIG richt zich op alle vraagstukken rond het uitwisselen en beheren van digitale informatie in de geboortezorg, van het primaire proces tot informatie die de kwaliteit van de zorg inzichtelijk maakt. Dit omvat zowel gestructureerde data (zoals vastgelegd in informatiestandaarden) als vrije tekst, beelden en vragenlijsten.
Beheerstructuur:
Het DIG heeft een beheerstructuur die is gebaseerd op de rollen zoals beschreven in de NEN 7522. Verschillende partijen zijn betrokken, waaronder eindgebruikers (zorgverleners en cliënten), brancheorganisaties, het ministerie van VWS, zorgverzekeraars en Nictiz.
Overlegstructuren:
Er zijn verschillende overlegstructuren op strategisch, tactisch en operationeel niveau om de besluitvorming rondom de implementatie en ontwikkeling van het DIG te coördineren.
Voor meer informatie over het DIG, klik hier.
Ik denk dat gegevens die ik in de viewer zie niet kloppen, wat kan ik doen? ▼
Dit kan meerdere oorzaken hebben. Als zorgverlener heb je toegang tot gegevens op basis van jouw rol. Als kraamverzorgende heb je niet dezelfde gegevens van de client nodig als bijvoorbeeld een gynaecoloog. Wie wat mag zien vanwege zijn/haar zorgverlenersrol is vastgelegd in een register genaamd de 'rol-profiel matrix' en is voor iedere cliënt hetzelfde.
Daarnaast heeft een zorgverlener toestemming nodig van de cliënt voor het inzien van gegevens. Dus ook al mag de zorgverlener qua rol de informatie zien, als de cliënt geen toestemming heeft gegeven zijn de gegevens toch niet zichtbaar. Hierdoor kan het dus verschillen wat een zorgverlener per cliënt ziet.
Wanneer gegevens die wel in de viewer staan niet correct zijn kan dit ook een fout zijn geweest tijdens het registreren. Voor elk gegeven dat door een zorgverlener wordt vastgelegd wordt ook bijgehouden door wie dit is geregistreerd. Hierdoor is het dus mogelijk om contact op te nemen met de zorgverlener door wie de gegevens zijn vastgelegd. Als het om een foutief gepubliceerd veld gaat kan de auteur een nieuwe waarde vastleggen.
Mocht het voorkomen dat er meerdere zaken niet kloppen in de viewer kan er contact opgenomen met de Helpdesk of met de supportafdeling van de leverancier waar het zorginformatiesysteem wordt afgenomen.
Ik heb toestemming om gegevens van mijn cliënt in te zien maar ik zie niet alles. Hoe kan dit? ▼
Het kan zijn dat je niet alle gegevens van je cliënt ziet, ondanks dat je toestemming hebt van je cliënt, omdat in de rol-profiel matrix bepaald is welke gegevens je voor jouw zorgverlenersrol kunt inzien.
Zorgverleners hebben alleen toegang tot gegevens die relevant zijn voor hun functie. Dit is geregeld in de zogenaamde rol-profiel matrix. Dit is om de privacy van cliënten te beschermen en onnodige toegang tot irrelevante gegevens te voorkomen. De rol-profiel matrix is gebaseerd op de Basisgegevensset Zorg (BgZ) en het Perinataal Woordenboek en Dataset (PWD 3.2). Deze matrix definieert per zorgverlenersrol welke gegevens geraadpleegd mogen worden.
Controleer of je de juiste rol hebt toegewezen gekregen in het systeem. Als je denkt dat je toegang moet hebben tot meer gegevens, neem dan contact op met je systeembeheerder of de helpdesk.
Worden alle velden uit mijn zorginformatiesysteem gedeeld met andere zorgverleners? ▼
Wanneer een cliënt toestemming geeft voor het delen van haar gegevens, worden alle gegevens in haar dossier gedeeld met zorgverleners die een behandelrelatie met haar hebben. Dit wordt 'dossierhouderstoestemming' genoemd.
Je deelt dus alle velden, met uitzondering van persoonlijke notities. Maar dit betekent niet dat anderen ook alles kunnen zien. Afhankelijk van de rol en functie van degene die raadpleegt zijn datavelden zichtbaar.
Zorgverleners hebben alleen toegang tot gegevens die relevant zijn voor hun functie. Dit is geregeld in de zogenaamde rol-profiel matrix. Dit is om de privacy van cliënten te beschermen en onnodige toegang tot irrelevante gegevens te voorkomen. De rol-profiel matrix is gebaseerd op de Basisgegevensset Zorg (BgZ) en het Perinataal Woordenboek en Dataset (PWD 3.2). Deze matrix definieert per zorgverlenersrol welke gegevens geraadpleegd mogen worden.
Wat is de Basisgegevensset Zorg (BgZ)? ▼
De Basisgegevensset Zorg (BgZ) bestaat uit patiëntgegevens die (bijna) altijd nodig zijn voor continuïteit van zorg. Deze set is de basis voor een goede overdracht. De BgZ is inmiddels omarmd als landelijke standaard en wordt door steeds meer ziekenhuizen en andere zorgorganisaties gebruikt.
Voor meer informatie: https://www.registratieaandebron.nl/basisgegevensset-zorg
Wat zijn zorginformatiebouwstenen? ▼
Zorginformatiebouwstenen, of zib's, zijn gestandaardiseerde sets van gegevens die samenwerken om informatie over een specifiek aspect van de zorg van een cliënt te beschrijven. Denk hierbij aan gegevens zoals persoonsgegevens, bloeddruk of informatie over een vorige zwangerschap.
Een zib beschrijft twee belangrijke aspecten: wat er over een bepaald onderwerp moet worden vastgelegd en hoe dat moet gebeuren.
Een voorbeeld:
De zib "patiënt" beschrijft de persoonsgegevens van een patiënt.
Wat: waar bestaat zib-patiënt uit?
BSN, voornaam, achternaam, tussenvoegsel, geb. datum.
Hoe wordt zib-patiënt beschreven?:
BSN: 9 cijfers (moet voldoen aan de 11 proef)
Voornaam: tekst (Eerste letter Hoofdletter)
Achternaam: tekst (Eerste letter Hoofdletter)
Tussenvoegsel: tekst (kleine letters)
Geboortedatum: dag (=twee cijfers) maand (=tekst, kleine letters) jaar (=4 cijfers)
Hoe ziet een ingevulde zib-patiënt er bijvoorbeeld uit?
BSN: 123456789
Voornaam: Ineke
Achternaam: Jansen
Tussenvoegsel: van der
Geboortedatum: 15 mei 1992
Wat is registratie aan de bron? ▼
Registratie aan de bron was een programma dat in 2015 van start ging met als doel het eenduidig registreren en veilig en gemakkelijk uitwisselen van zorginformatie in Nederland te bevorderen. Voor die tijd gebruikte elke zorginstelling zijn eigen systeem, wat leidde tot verschillende Elektronische patiëntendossiers (EPD's) en leveranciers. Het programma eindigde in april 2022.
Een belangrijk resultaat van Registratie aan de bron is de ontwikkeling van zorginformatiebouwstenen (zibs). Deze zibs vormen de basis voor de Basisgegevensset Zorg (BgZ), die inmiddels in alle ziekenhuis-EPD's is ingebouwd. Hoewel dit een belangrijke stap voorwaarts is, is er nog steeds veel afstemming nodig om daadwerkelijk informatie tussen verschillende zorginstellingen uit te wisselen.
De implementatie van Registratie aan de bron verliep langzamer dan gepland, omdat de werkelijkheid complexer bleek dan verwacht. Het programma heeft echter wel duidelijk gemaakt dat eenduidige registratie en veilig gebruik van zorginformatie veel stappen, afspraken en aanpassingen vereist.
De belangrijkste aanbevelingen van het programma zijn:
landelijke sturing op standaarden en prioriteiten;
stapsgewijze implementatie per sector;
ondersteuning van zorgprofessionals met opleiding, training en handleidingen.
Hoe ga ik als zorgverlener om met privacy- en informatiebeveiliging? ▼
Voor digitale gegevensuitwisseling dienen eerstelijns verloskundigenpraktijken en kraamzorgorganisaties zorgvuldig om te gaan met de persoonsgegevens van cliënten en hiervoor maatregelen te treffen.
Tijdens de subsidieperiode (tot en met december 2025) heeft het landelijk programmabureau een checklist gemaakt waarin de punten staan die je als praktijk moet regelen voordat gegevensuitwisseling veilig kan plaatsvinden.
Je vindt de checklist hier. Checklist
De KNOV organiseerde in 2024 een webinar over informatiebeveiliging en de naleving van de NEN7510-norm. Deze norm stelt specifieke eisen aan de informatiebeveiliging binnen de zorgsector, en verloskundigenpraktijken dienen hieraan te voldoen. Het webinar kun je hier terugkijken:
Hoe gebruik ik het geboortezorgoverzicht (viewer)? ▼
Voor het gebruik van het geboortezorgoverzicht van HINQ Hinq is een video gemaakt waarin het gebruik van de viewer wordt uitgelegd.
Ga naar de video: VIDEO
Overige hulpmiddelen voor het gebruik van de viewer:
Werken met een viewer PowerPoint
Speciale pagina van HINQ: https://hinq.nl/geboortezorg-viewer/
Handige instructievideo's voor het werken met de geboortezorgviewer en het gebruik van de viewer vanuit de diverse verloskundiginformatiesystemen.
Geboortezorgviewer HINQ
Onatal
Orfeus
Vrumun
Met dank aan regionaal partnerschap Midden-Oost Nederland.
Wat is een viewer? ▼
Een viewer is een extra scherm binnen het eigen zorginformatiesysteem van de zorgverlener waarmee je gegevens van een cliënt kunt opvragen bij andere zorgverleners. Dit betekent dat je niet hoeft te zoeken naar de juiste informatie, maar dat je de meest recente en relevante gegevens in één overzichtelijk scherm kunt inzien. Je hoeft geen gegevens actief te verzenden of binnen te halen.
Welke gegevens kun je inzien?
Je kunt gegevens inzien uit de eerstelijnszorg, maar ook uit ziekenhuizen. Dit geeft je een integraal beeld van de cliënt. Het is inzichtelijk wie de bron is van de gegevens. Op dit moment kunnen bepaalde gegevens, zoals een bevalverslag of echobeelden, nog niet gestructureerd getoond worden en moeten via documenten inzichtelijk gemaakt worden. (versie: januari 2025)
Hoe werkt het?
Vanuit je eigen zorginformatiesysteem open je de viewer met een extra knop. Je zoekt naar het dossier van de cliënt en opent deze. Vervolgens wordt het scherm met relevante gegevens zichtbaar. Wanneer je de viewer sluit, sluit ook het integrale overzicht van de cliënt. Je kunt de gegevens weer raadplegen door de viewer opnieuw te openen.
Wat is het doel van een viewer?
Een viewer is een hulpmiddel om veilige digitale gegevensuitwisseling tussen zorgverleners mogelijk te maken. Dit zorgt voor betere samenwerking tussen zorgverleners. Het uitgangspunt is dat gegevens eenmalig worden vastgelegd en vervolgens hergebruikt kunnen worden door verschillende zorgverleners.
Toekomst van de viewer:
Verschillende leveranciers van zorginformatiesystemen zijn bezig met het ontwikkelen van viewers. In de toekomst wordt verwacht dat het importeren van gegevens in je eigen systeem ook mogelijk zal worden.
Een e-learning is ontwikkeld om jou als zorgverlener mee te nemen in het gebruik van een viewer in de geboortezorg. Het doel van deze module is om jou de basiskennis over een viewer mee te geven.
Je opent de e-learning via deze link
Ben ik verplicht om een UZI certificaat aan te schaffen om mee te doen met digitale gegevensuitwisseling? ▼
Ja. Een UZI certificaat is nodig om mee te kunnen doen met gegevensuitwisseling. Een UZI certificaat is een identificatiemiddel voor techische systemen. Met andere woorden: het systeem gebruikt het certificaat voor indentificatie. Wanneer er een proces op gang komt tijdens bijvoorbeeld het ophalen van gegevens vraagt het systeem van de zorgverlener deze op bij een ander systeem. Door gebruik te maken van deze certificaten weet je zeker dat je met de juiste systemen te maken hebt. Hiermee is de gegevensuitwisseling veilig.
In deze handleiding wordt beschreven hoe je het UZI-servercertificaat aanvraagt of verlengt bij het UZI-register.
Met dank aan regio Noord-Nederland.
Welke werkafspraken zijn er gemaakt? ▼
Werkafspraken zijn de basis om – naast goedwerkende techniek – het werken met de viewer goed te laten verlopen in het zorgproces.
In dit document zijn landelijke werkafspraken voor zorgproces en samenwerking opgenomen, die voor iedereen unaniem gelden.
Hoe configureer ik de FHIR-server in Vrumun? ▼
Wat moet ik regelen voordat ik als zorgverlener aan de slag ga met digitale gegevensuitwisseling? ▼
Met het doorlopen van een aantal stappen kun je aan de slag met digitale gegevensuitwisseling. Voor verloskundigen, kraamverzorgenden en zorgverleners in het ziekenhuis is er een checklist gemaakt.
Per stap staat toegelicht welke acties je moet doorlopen en waar je meer informatie kunt vinden. Je kunt in de checklist afvinken of alle stappen zijn doorlopen.
Geïnformeerd en alle voorbereidingen gedaan? Dan kun je goed gebruik maken van de viewer.
Wat is een PGO? ▼
Een PGO staat voor Persoonlijke Gezondheidsomgeving. Het is een gratis website of app die je kan gebruiken om al je gezondheidsgegevens op één plek te bewaren en te beheren. Je kunt er kopieën van je medische gegevens in ophalen, bijvoorbeeld van je huisarts, ziekenhuis of therapeut. Ook kun je er zelf gegevens aan toevoegen, zoals je bloeddruk, gewicht of hoe je je voelt. Al deze gegevens blijven je hele leven beschikbaar. Denk aan een PGO als een digitale kluis voor je gezondheidsgegevens. Je bepaalt zelf welke gegevens je erin zet en met wie je ze deelt.
Bezoek voor meer informatie: PGO Informatiepunt of bekijk deze video.
Wat moet ik als zorgverlener weten over toestemming? ▼
In deze factsheet beantwoorden we vragen rondom toestemming van de cliënt die geregeld moet worden bij digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg.
Denk aan vragen als:
Aan wie geeft de cliënt toestemming?
Welke gegevens worden er gedeeld?
Hoelang blijven die gegevens inzichtelijk voor anderen?
Daarnaast vind je in dit document een checklist zodat je als zorgverlener jouw cliënt goed kan informeren. En we lichten kort toe op welke manier het regelen van toestemming in de toekomst zal gaan als er met de landelijke toestemmingvoorziening Mitz gewerkt gaat worden.
Hoe kan ik mijn cliënt het beste informeren over het geven van toestemming voor het delen van gegevens? ▼
Je hebt als zorgverlener een informatieplicht. Dit betekent dat je de cliënt duidelijk moet informeren over de toestemming die je vraagt. Je kunt de toestemming mondeling of schriftelijk vragen en vervolgens vastleggen in je bronsysteem (of soms de viewer).
Ook kan je gebruik maken van de volgende checklist:
Waarvoor geef je toestemming?
Je geeft als cliënt toestemming voor het delen van alle gegevens die in het dossier van de behandelende zorgorganisatie staan. Deze gegevens worden gedeeld met alle zorgverleners die een behandelrelatie met jou hebben. Alleen zorgverleners die in hun eigen systeem toegang hebben tot jouw dossier en dus een behandelrelatie hebben, kunnen gegevens over jou inzien.
Met welk doel worden gegevens gedeeld?
De gegevens worden met andere zorgverleners gedeeld zodat zij op het juiste moment de juiste gegevens van jou kunnen inzien. Zorgverleners hebben op deze manier altijd de meest actuele informatie over jou. Dit leidt tot naadloos aansluitende zorg voor
moeder en kind(eren) rond de zwangerschap en geboorte.
Hoelang blijven jouw gegevens gedeeld?
Zolang er toestemming door jou is gegeven blijven de gegevens voor alle betrokken zorgverleners zichtbaar in de viewer. Gegevens hebben een bewaartermijn van 20 jaar nadat iemand medisch volwassen is (16 jaar).
Hoe kan de toestemming weer ingetrokken worden?
Als je niet meer wilt dat gegevens in het zorgnetwerk (verloskunde, ziekenhuis, echo en kraam) gedeeld worden kan je dit aangeven bij jouw zorgverlener. Geen enkele zorgverlener in het zorgnetwerk kan dan meer jouw gegevens inzien.
Hoe wordt de toestemming vastgelegd?
Nadat je akkoord bent, legt jouw verloskundige de toestemming vast in jouw dossier in het systeem.
Klik op deze link voor meer informatie.
Wat levert digitale gegevensuitwisseling voor de kraamzorg op? ▼
In samenwerking met KCKZ is er in 2021 een special gemaakt. Daarin lees je diverse verhalen over het waarom van digitale gegevensuitwisseling in de kraamzorg.
Hoe kan ik een vraag of verzoek stellen voor aanpassing binnen digitale gegevensuitwisseling? ▼
Wanneer je als eindgebruiker een probleem ervaart met digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg, of een idee hebt voor verbetering, dan kun je dit eenvoudig melden. Daarom is er een vaste route ingericht die beschrijft hoe zulke zogenoemde issues vanaf het moment van indienen tot aan de afhandeling worden opgepakt. Sommige issues horen bij de leverancier van het informatiesysteem, maar andere vragen juist om verdere uitwerking op landelijk niveau.
Voor die landelijke onderwerpen speelt de kerngroep van eindgebruikers een centrale rol. Deze groep beoordeelt welke issues belangrijk zijn voor de praktijk en bepaalt welke prioriteit ze krijgen op de ontwikkel- of implementatieagenda. Transparantie en heldere taal zijn hierbij belangrijk. Voor de kerngroep moet altijd duidelijk zijn welke issues zijn ingebracht, waar ieder issue zich in de route bevindt en wat precies de vraag of behoefte is, ook voor leden zonder technische achtergrond.
De kerngroep is leidend in de volgorde waarin issues worden besproken en opgepakt. Blinkz ondersteunt dit proces door informatie te verzamelen, overleg te organiseren en te zorgen dat de kerngroep goed onderbouwde keuzes kan maken. Dankzij een visuele weergave van de route kun je als eindgebruiker bovendien eenvoudig volgen wat de status van een issue is en hoe het verder wordt afgehandeld.
Ga naar het Blinkz informatiepunt om je vragen te stellen, je wensen te delen en ontdek hoe digitale gegevens jouw zorgervaring of jouw werk als zorgprofessional kunnen verbeteren.
Hoe krijg je als eindgebruiker iets op de agenda voor ontwikkeling of implementatie? ▼
Wanneer je als eindgebruiker een probleem ervaart met digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg, of een idee hebt voor verbetering, dan kun je dit eenvoudig melden. Daarom is er een vaste route ingericht die beschrijft hoe zulke zogenoemde issues vanaf het moment van indienen tot aan de afhandeling worden opgepakt. Sommige issues horen bij de leverancier van het informatiesysteem, maar andere vragen juist om verdere uitwerking op landelijk niveau.
Voor die landelijke onderwerpen speelt de kerngroep van eindgebruikers een centrale rol. Deze groep beoordeelt welke issues belangrijk zijn voor de praktijk en bepaalt welke prioriteit ze krijgen op de ontwikkel- of implementatieagenda. Transparantie en heldere taal zijn hierbij belangrijk. Voor de kerngroep moet altijd duidelijk zijn welke issues zijn ingebracht, waar ieder issue zich in de route bevindt en wat precies de vraag of behoefte is, ook voor leden zonder technische achtergrond.
De kerngroep is leidend in de volgorde waarin issues worden besproken en opgepakt. Blinkz ondersteunt dit proces door informatie te verzamelen, overleg te organiseren en te zorgen dat de kerngroep goed onderbouwde keuzes kan maken. Dankzij een visuele weergave van de route kun je als eindgebruiker bovendien eenvoudig volgen wat de status van een issue is en hoe het verder wordt afgehandeld.
Ga naar het Blinkz informatiepunt om je vragen te stellen, je wensen te delen en ontdek hoe digitale gegevens jouw zorgervaring of jouw werk als zorgprofessional kunnen verbeteren.
Wat is de ontwikkelagenda? ▼
Binnen de geboortezorg verzamelen we alle wensen, eisen en vragen van eindgebruikers in de ontwikkelagenda. Zo houden we overzicht van wat zorgverleners, organisaties, onderzoekers en (aanstaande) ouders nodig hebben om digitale gegevensuitwisseling goed te laten werken.
Op deze agenda staan onderwerpen die direct uit de praktijk komen, zoals duidelijke afspraken over taalgebruik in digitale systemen of het opnemen van medische gegevens, bijvoorbeeld de ijzerstatus, in het dossier. Door deze punten te bundelen en samen te bespreken, kunnen we oplossingen ontwikkelen die passen bij de dagelijkse zorg.
Het overzicht helpt om digitale gegevens steeds beter, veiliger en eenduidiger te delen. Op die manier sluit de digitale geboortezorg blijvend aan bij de behoeften van de gebruikers en blijft het systeem zich ontwikkelen in lijn met de praktijk.
Wie zitten er in de kerngroep eindgebruikers? ▼
Er zijn vier groepen eindgebruikers: cliënten/patiënten, zorgverleners, zorgorganisaties en zorgnetwerken, data-analisten en onderzoekers. De kerngroep eindgebruikers bestaat uit 15 tot 20 betrokken vertegenwoordigers van deze groepen. Zij nemen op persoonlijke titel deel en delen één gezamenlijk doel: de geboortezorg verbeteren door slim en verantwoord gebruik te maken van digitale gegevensuitwisseling.
Vertegenwoordigers van deze kerngroep hebben hart voor de geboortezorg en digitalisering, zijn nieuwsgierig, hebben begrip voor complexiteit en willen graag tijd investeren in samengroeien en leren.
Wat doet de kerngroep eindgebruikers? ▼
De kerngroep eindgebruikers zorgt ervoor dat de wensen en behoeften van eindgebruikers centraal staan bij de verdere digitale ontwikkelingen in de geboortezorg. De rol van eindgebruikers is belangrijk bij het veilig en betrouwbaar delen van digitale gegevens. Door samen met eindgebruikers oplossingen te ontwikkelen die aansluiten op de praktijk, ontstaat meer draagvlak en wordt de kwaliteit van digitale gegevensuitwisseling verbeterd.
Maandelijks komt de kerngroep online (1 uur) of live (3 uur) bij elkaar. Daar deelt de kerngroep ervaringen en geeft feedback om zo bij te dragen aan digitale gegevensuitwisseling die echt werkt voor iedereen die ermee werkt. Daarmee is ze echt de verbinding met de gehele community van eindgebruikers in het land.
Wat gebeurt er als het subsidieprogramma VIPP Babyconnect het stokje overdraagt aan eindgebruikers en geboortezorgpartijen? ▼
Wanneer het VIPP Babyconnect-programma wordt afgesloten, neemt de geboortezorg zelf het beheer en de doorontwikkeling van de digitale gegevensuitwisseling over. Het team van Blinkz, dat verantwoordelijk is voor de blijvende ondersteuning van het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG), wordt per 1 januari 2026 ondergebracht bij de Federatie van VSV’s.
Binnen het DIG werken alle geboortezorgpartijen samen aan een veilige en betrouwbare beschikbaarheid van gegevens. Zij zorgen ervoor dat Blinkz stevig verankerd blijft in de geboortezorg en dat de belangen van eindgebruikers centraal blijven staan.
Volg het laatste nieuws op de social media van Blinkz
Is Blinkz een product of een commerciële partij? ▼
Blinkz is geen product en ook geen commerciële organisatie. Het is een team van mensen dat zonder winstoogmerk werkt.
Blinkz is voortgekomen uit VIPP Babyconnect, het landelijke subsidieprogramma dat de basis heeft gelegd voor digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Met de afronding van dit programma is een nieuw team opgericht: Blinkz.
Het betrokken en enthousiaste team van Blinkz zet zich samen met (aanstaande) ouders, zorgverleners, branchepartijen en softwareleveranciers in voor toegankelijke, veilige en duidelijke digitale gezondheidsinformatie in de geboortezorg.
Het doel van Blinkz is helder: de afspraken in het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG) onderhouden en verder ontwikkelen. Zo blijft veilige digitale gegevensuitwisseling ook op lange termijn beschikbaar. Ontwikkelingen staan niet stil en cliënten hebben inzicht in hun recente gezondheidsinformatie.
Wat doet Blinkz? ▼
Blinkz zet zich in om digitale gezondheidsinformatie in de geboortezorg goed, veilig en eenduidig beschikbaar te maken. We werken eraan dat alle betrokkenen, van aanstaande ouders tot zorgverleners en organisaties, informatie gemakkelijk en betrouwbaar met elkaar kunnen delen. Dat doen we door samen afspraken te maken over hoe gegevens digitaal worden uitgewisseld, zodat iedereen werkt met dezelfde taal en werkwijze.
Deze afspraken worden vastgelegd in het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG). Dit stelsel zorgt ervoor dat verschillende softwareprogramma’s veilig met elkaar kunnen communiceren en dat de juiste gegevens op het juiste moment beschikbaar zijn. Blinkz brengt de mensen samen die dagelijks met deze informatie werken en zorgt dat hun ervaringen en behoeften centraal staan bij de ontwikkeling en verbetering van digitale gegevensuitwisseling.
Door deze samenwerking wordt het delen van gegevens sneller, veiliger en overzichtelijker. Zo kunnen ouders en zorgverleners beter samenwerken en weloverwogen beslissingen nemen. Blinkz zorgt er op deze manier voor dat digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg blijft aansluiten op de praktijk, voldoet aan de wettelijke eisen en zich voortdurend blijft ontwikkelen in het belang van de (eind)gebruiker (ouders & zorgverleners).
Waarom? Iedereen verdient de best mogelijke geboortezorg. Wij geloven dat overzichtelijke, veilige en toegankelijke gezondheidsinformatie hierbij onmisbaar is. Wanneer zorgverleners en (aanstaande) ouders in één oogopslag een overzicht hebben van alle actuele en relevante gegevens, kunnen zij beter samenwerken en weloverwogen keuzes maken.
Hoe? Om telkens zo'n overzicht samen te stellen met de relevante en actuele informatie, moeten gegevens snel, veilig en eenduidig uitgewisseld kunnen worden. Met de eindgebruikers aan het roer verbinden wij mensen en organisaties en maken we samen afspraken. Zo zorgen we ervoor dat het uitwisselen van digitale gegevens continue aansluit bij de behoefte van alle eindgebruikers én voldoet aan wettelijke regelgeving.
Wat? Deze afspraken leggen we vast in het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG). Zorgverleners kunnen hierdoor veilig en digitaal gegevens uitwisselen, zodat ten alle tijden de best mogelijke geboortezorg geboden kan worden en cliënten inzicht hebben in hun gezondheidsinformatie.
Hoe kan Blinkz ons helpen? ▼
Bij Blinkz draait alles om nog betere geboortezorg.
Als zorgverleners én (aanstaande) ouders in één oogopslag inzicht in alle actuele gegevens hebben, dan wordt samenwerken makkelijker en kunnen er samen weloverwogen keuzes worden gemaakt. Precies dát is waar wij ons dagelijks voor inzetten.
We ondersteunen de geboortezorg door te zorgen dat informatie digitaal en op dezelfde manier wordt gedeeld. Dat doen we samen met de mensen die ermee werken.
We brengen (aanstaande) ouders, zorgverleners en organisaties bij elkaar om heldere afspraken te maken over hoe we gegevens veilig en eenduidig uitwisselen. Deze afspraken worden vastgelegd in het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG). Dat is een soort afsprakenkader waarin staat hóe gegevens veilig uitgewisseld worden en hoe dit blijft passen bij de praktijk van geboortezorg. Zo weten we zeker dat de informatie altijd bruikbaar is, en dat we voldoen aan alle wettelijke regels.
Wat gebeurt er als VIPP Babyconnect er niet meer is? ▼
VIPP Babyconnect loopt medio 2025 af, maar digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg stopt niet. Er wordt hard gewerkt om de processen te borgen en verder te ontwikkelen.
Geen zorgen, gegevensuitwisseling blijft!
Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG): Alle betrokken partijen werken samen in het DIG om te zorgen dat gegevensuitwisseling blijft voldoen aan de behoeften van cliënten en zorgverleners.
Eindgebruikers in de Lead: Een speciale kerngroep van eindgebruikers gaat de agenda van het DIG bepalen, zodat hun wensen centraal staan.
Geldzaken geregeld: Het Ministerie van VWS financiert de overgang in 2025, en vanaf 2026 worden de kosten opgenomen in de NZa-tarieven.
Regionaal betekent dit dat de projectorganisatie in de regionale partnerschappen stopt, de ondersteuning niet meer via de penvoerders loopt en de VSV’s de samenwerking kunnen zoeken met RSO’s. Landelijk verdwijnt het programmabureau Babyconnect. De landelijke doorontwikkeling en het beheer van digitale gegevensuitwisseling voortgezet onder de naam Blinkz.
Kortom: De toekomst van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg is veiliggesteld! VIPP Babyconnect mag dan eindigen, maar de ontwikkelingen en verbeteringen gaan door.
Wat is de rol van de Federatie van VSV’s in dit geheel? ▼
De Federatie behartigt de belangen van alle geboortezorgdisciplines via de integrale samenwerking in de VSV’s. Binnen het DIG heeft de Federatie de rol van autorisator. Dat wil zeggen dat ze verantwoordelijk is voor de borging vanuit de licentiehouders in het geboortezorgveld. Zij komt op voor het gehele netwerk van de geboortezorg en is onafhankelijk van de partijen onderling[1].
[1] (bron: https://babyconnect.org/wp-content/uploads/2024/02/Overzicht-en-omschrijving-rollen-I-B-cyclus.pdf)
Blinkz, het team dat het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG) blijvend faciliteert, wordt vanaf 1 januari 2026 ondergebracht bij de Federatie van VSV’s. In het DIG werken alle geboortezorgpartijen samen aan veilige databeschikbaarheid in de geboortezorg. Zij zorgen ervoor dat Blinkz goed ingebed blijft binnen de geboortezorg en dat de belangen van de eindgebruikers bovenaan blijven staan.
Wat is een voorbeeld van een medisch hulpmiddel met een medisch doeleinde? ▼
Bijvoorbeeld een Excel sheet waarin berekeningen aan de hand van ingevoerde formules worden gemaakt waarvan de uitkomsten worden gebruikt voor de behandeling van een individuele patiënt met een geneesmiddel. Hier wordt immers een analyse op data uitgevoerd met een medisch doel.
Moeten de softwaremodules die gebruikt worden om digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg mogelijk te maken MDR gecertificeerd worden? ▼
Voor alle modules is er door Ekker Advocatuur getoetst of deze een medisch hulpmiddel zijn met een medisch doeleinde. Uit deze toetsing kwam dat de Modules in het huidige ontwerp niet gekwalificeerd hoeven te worden als medische hulpmiddelen. Dit komt doordat de Modules geen acties op data uitvoeren waarbij medische informatie verwerkt, gecreëerd of bewerkt wordt met een medisch doel.
Wat als er iets aan de module verandert?
De Viewer zou wel degelijk een medisch hulpmiddel met een medisch doel zijn als:
Aan de Viewer functionaliteiten worden toegevoegd waarbij wel gegevens van de cliënt worden geïnterpreteerd of geanalyseerd voor de diagnose of behandeling van een patiënt.
Gegevens op een bepaalde wijze zouden worden weergegeven, die ondersteunt bij het nemen van een beslissing over diagnose of behandeling van de patiënt.
Toelichting per module
De Converter is geen medisch hulpmiddel omdat:
De conversie slechts een technische stap is die als doel heeft om informatie-uitwisseling in technische zin mogelijk te maken.
De data van cliënten bij de conversie niet worden geanalyseerd, verwerkt of bewerkt ten behoeve van diagnose, preventie, bewaking, behandeling of verlichting van ziekten, verwondingen of een handicap.
De Query builder is geen medisch hulpmiddel omdat:
De acties van de Query builder zijn bedoeld om gegevens te kunnen raadplegen. Er vindt dus geen wijziging, analyse, verwerking of bewerking van de gegevens plaats.
De Vertaler is geen medisch hulpmiddel omdat:
Het doel van de vertaler ook het raadplegen door de verschillende zorgaanbieders is. Daarvoor vertaalt de vertaler data naar leesbare taal voor de raadpleger.
De Viewer is geen medisch hulpmiddel omdat:
Ook de Viewer heeft tot doel het mogelijk te maken gegevens te raadplegen. De versie van de Viewer die geen gegevens van de cliënt interpreteert of analyseert kan niet als medisch hulpmiddel gekwalificeerd worden.
Wat is een medisch hulpmiddel? ▼
Hulpmiddelen die acties uitvoeren op data waarbij medische informatie verwerkt, gecreëerd of bewerkt wordt met een medisch doel. Dit is met name het geval als software dit doet via een proces van berekening, kwantificering of vergelijking tussen opgeslagen gegevens en bepaalde referenties, om informatie over een bepaalde patiënt te verstrekken ten behoeve van diagnose of therapie.
Zie de memo van Ekker Advocatuur (zie hieronder).
Wat is een MDR certificering? ▼
MDR staat voor ‘Medical Device Regulation’, dit is nieuwe Europese wetgeving rondom medische hulpmiddelen (Inspectie, Gezondheidszorg en jeugd, 2020).
“Een producent mag een medisch hulpmiddel op de markt brengen als het aan de wettelijke eisen voldoet. Vanaf 26 mei 2020 treedt de nieuwe Europese verordening MDR in werking. Het doel van de nieuwe regels is het vergroten van patiëntveiligheid en de beschikbaarheid van innovatieve medische hulpmiddelen voor de patiënt te waarborgen. Ook software kan een medisch hulpmiddel zijn” (Nictiz, 2019).
MDR certificering is (op dit moment – oktober 2025) NIET nodig voor de modules uit het Afsprakenstelsel Interoperabiliteit Geboortezorg.
Wanneer weet ik dat een andere zorgverlener of cliënt iets aan het dossier heeft toegevoegd? Hoe weet ik dat ik de meest actuele gegevens heb? ▼
Voorafgaand aan een consult kun je je door middel van de viewer inlezen. De gegevens die je op dat moment opvraagt, zijn de meest actuele gegevens. Dit betekent dat je als zorgverlener ook de gegevens inziet die collega’s hebben geregistreerd. Zo weet je altijd hoe de gezondheidssituatie van je cliënt er op dat moment voor staat. Wanneer je historische gegevens wil inzien, kan dat ook. Dan zoek je op datum (en tijd).
Welke partijen zijn betrokken bij VIPP Babyconnect? ▼
Bij het landelijke VIPP-programma zijn alle belanghebbenden in de geboortezorg betrokken: cliënten, zorgverleners, (geboorte)zorgorganisaties en data-analisten & onderzoekers. Om deze betrokkenheid te organiseren zijn er eindgebruikersgroepen ingericht, zij kwamen tijdens de looptijd van het subsidieprogramma meerdere keren live of online bij elkaar om diverse onderwerpen. De volgende thema’s zijn zoal besproken: het ideale PGO, de informatieparagraaf van de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG), eenduidige en eenmalige registratie, visie op secundair datagebruik etc.
Kerngroep eindgebruikers
Omdat ontwikkelingen niet stilstaan, is het belangrijk dat de eindgebruikers in de geboortezorg betrokken blijven en invloed hebben. Om dit mogelijk te maken is een zelfstandige eindgebruikersorganisatie in de geboortezorg opgericht. Dit is een diverse groep van vertegenwoordigers van de hierboven genoemde eindgebruikersgroepen, wij noemen dit de kerngroep eindgebruikers. Een groep die het mandaat heeft om de stem van eindgebruikers te vertegenwoordigen en besluiten te nemen.
Landelijke partijen
De betrokken landelijke partijen zijn (in willekeurige volgorde): Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Medmij, Registratie aan de Bron, College Perinatale Zorg (CPZ), Perined, Nictiz, Federatie van VSV’s, Stichting CareCodex, RSO Nederland, VZVZ, Twiin, Medmij, GGD GHOR Nederland, NVOG, Bo geboortezorg, Actiz, NVZ, NVK, NFU, Zn, Patiëntenfederatie Nederland, NCJ, KNOV, FMS, Ineen.
Andere betrokkenen zijn leveranciers van applicaties, netwerken, of dienstverleners, beheersorganisaties, netwerkbeheerders zoals RSO’s, ondersteunende instanties zoals ROS en RIVM.
Tenslotte zijn ook overheidsinstanties betrokken, waaronder EZK, IGJ, ZiN, NZa, RIVM en gemeenten, en lokaal en regionaal partijen als cliëntenraden, GGD, JGZ, Spoedzorg en andere zorgorganisaties.
Ik heb een vraag over contracten met leverancier(s). Waar kan ik deze stellen? ▼
Waar vind ik de criteria waar mijn systeem aan moet voldoen om mee te doen met digitale gegevensuitwisseling? ▼
Stichting LEGIO heeft een ontwerp gemaakt van een keurmerk voor eerstelijns (huisartsen) informatiesystemen: het XIS Keurmerk. Dit voorbeeld is door de geboortezorg gevolgd. Het doel van het keurmerk is dat zorgverleners in een oogopslag kunnen zien of hun systeem aan de belangrijkste eisen voldoet. Het voordeel voor leveranciers is dat het keurmerk de minimale eisen van de sector bundelt en inzichtelijk maakt. Met een zorginformatiesysteem met een XIS Keurmerk Geboortezorg weet je dat het systeem aan de behoeften en goedkeuring van de eindgebruikers voldoet.
De basis voor het XIS Keurmerk ligt in het normenkader. Hierin zijn in samenwerking met eindgebruikers functionele eisen opgesteld waar een zorginformatiesysteem minstens aan moet voldoen.
Naar verwachting zal het XIS Keurmerk, en dus ook het normenkader, in 2025 live en inzichtelijk zijn.
Kan ik meedoen aan het subsidieprogramma Babyconnect? ▼
Het subsidieprogramma VIPP Babyconnect draagt medio 2025 het beheer en verdere ontwikkeling van digitale gegevensuitwisseling over aan de geboortezorgpartijen. Meedoen met het subsidieprogramma is niet meer mogelijk.
Kan ik Babyconnect ook installeren/aanschaffen? ▼
Je kunt Babyconnect niet installeren of aanschaffen. Babyconnect is geen softwarepakket of product dat je kunt kopen of downloaden, maar een subsidieprogramma voor gegevensuitwisseling, opgezet door het Ministerie van VWS om veilige digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg te bevorderen. Informeer bij je regionaal partnerschap of als je ook digitaal gegevens uit wilt wisselen.
Kan ik ook deelnemen aan de kerngroep eindgebruikers? ▼
De kerngroep is een vertegenwoordiging van alle eindgebruikers. Heb je interesse om aan te sluiten, dan vinden we dat heel fijn. Aan de kerngroep neem je deel voor een periode van maximaal drie jaar. Om de vertegenwoordiging van de diverse disciplines zo evenwichtig mogelijk te houden, kijken we bij interesse altijd eerst naar de bestaande samenstelling.
Heb je interesse om mee te doen en wil je weten of jouw discipline nog vertegenwoordiging nodig heeft, of wil je meer informatie over dit onderwerp? Stuur dan gerust een e-mail naar .
Wanneer mag of moet je medische gegevens delen? ▼
Geheimhoudingsverplichting mag alleen doorbroken worden als de patiënt toestemming heeft gegeven voor het delen van gegevens of als er sprake is van een zwaarwegend belang, zoals een noodsituatie.
Zorgverleners die rechtstreeks bij de zorg voor een cliënt betrokken zijn worden gezien als medebehandelaar en daarmee mogen de cliëntgegevens gewoon worden gedeeld.
Volgens de KNMG Handreiking ‘Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg’ moeten zorgverleners de gegevens die nodig zijn voor een goede zorgverlening met elkaar delen.
Wat is Blinkz en wie zijn betrokken? ▼
Digitale gegevensuitwisseling is ondergebracht binnen het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG). Hierin werken KNOV, NVOG, BO Geboortezorg, BEN, NVK, de Federatie van VSV’s en Nictiz samen en hebben de eindgebruikers een prominente rol. Blinkz werkt in opdracht van deze partijen en beheert de inhoudelijke en technische doorontwikkeling van het afsprakenstelsel. Blinkz bestaat uit 4 medewerkers: Durk Berks is de functioneel beheerder, Katja Dekker is coördinator community, Sander Hoogland is coördinator kerngroep eindgebruikers en Jacqueline Röschard is secretarieel medewerkster. Voor meer informatie zie www.blinkz.nu. Omdat net als de regionale borging Blinkz nu ook in opbouw is, is de website nog in aanbouw. Gaandeweg zal die steeds meer gevuld worden.
Hoe werkt het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG)? ▼
Motor van het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg is de Innovatie- en beheercyclus Gegevensuitwisseling Geboortezorg. De Innovatie- en beheercyclus zorgt voor een blijvende samenhang tussen ontwikkelingen in het veld en innovaties. De wensen van de eindgebruikers zijn leidend, om te zorgen voor oplossingen die in de dagelijkse praktijk werken. Alle relevante partijen, regionaal en landelijk, zijn betrokken via de negen rollen van de cyclus. Zie hier voor een overzicht.
Na de subsidieperiode van Babyconnect zorgt het team van Blinkz dat het DIG blijft functioneren.
Voor meer informatie verwijzen we graag naar Profiel Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg.
Welke partijen vormen het Duurzaam Informatiestelsel (DIG)? ▼
De ondertekenaars van de samenwerkingsovereenkomst voor het DIG vanaf 2026 zijn: Patiëntenfederatie Nederland, Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), Bo Geboortezorg, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde (NVK), Beroepsvereniging Echoscopisten Nederland (BEN), Federatie van VSV’s, de kerngroep eindgerbuikers, en Nictiz.
Wat zijn de voordelen van digitale gegevensuitwisseling? ▼
De voordelen voor zorgverleners zijn: betere overdracht mogelijk tussen zorgverleners in het zorgnetwerk rondom de zwangere, een completer overzicht, minder administratieve lasten. Door de inzet van een viewer kan iedere zorgverlener in zijn/haar eigen zorginformatiesysteem blijven werken.
Bovendien is digitale gegevensuitwisseling een van de voorwaarden om tot integrale geboortezorg te komen. De Zorgstandaard Integrale Geboortezorg besteedt daarom de nodige aandacht hieraan. Daarnaast is digitale gegevensuitwisseling in de zorg sinds 2021 verplicht.
De voordelen voor cliënten/patiënten: beter overzicht in eigen medische gegevens via persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO), ondersteuning eigen regie op gezondheid.
Wat is het doel van digitale gegevensuitwisseling? ▼
Rechtstreekse informatie-uitwisseling tussen cliënt en zorgverlener en zorgverleners onderling ondersteunt naadloos aansluitende zorg voor moeder en kind rond de zwangerschap en geboorte, inclusief de overdracht naar onder andere de jeugdgezondheidszorg.
Wie kunnen in het dossier van het kind? En vanaf welke leeftijd kunnen kinderen hier wel of geen toestemming voor geven? ▼
De ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) hebben recht op inzage in het dossier van hun kind(eren) jonger dan 12 jaar. Een kind tussen de 12 en 16 jaar heeft een eigen inzagerecht. Ouders hebben slechts recht op informatie, voor zover die informatie relevant is voor het geven van toestemming voor een behandeling van het kind. Voor inzage in het medisch dossier door de ouders dient het kind toestemming te geven.
Inzage voor en door kinderen zal meer vanuit VIPP5 (VIPP* programma voor medisch specialistische zorg en audiologische centra) gefaciliteerd worden, omdat bij geboortezorg de nadruk ligt op de gegevens van de moeder.
Boven de 16 jaar hebben de ouders zonder toestemming van het kind geen recht op medische informatie.
Het recht op inzage van een kind dossier is een ingewikkeld vraagstuk. Vooral wanneer er situaties zijn waarbij bijvoorbeeld de voogdij niet bij (één van) de ouders ligt. Hier wordt nog verder onderzoek naar gedaan.
*VIPP = versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt(/cliënt) professional
Hoe verhoudt digitale gegevensuitwisseling zich tot een PGO? ▼
Met digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg, worden alle gegevens met betrekking tot de geboortezorg verzameld en gepresenteerd in een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) voor cliënten. Via deze PGO hebben cliënten beschikking over hun eigen gegevens in één omgeving.
De gegevensuitwisseling tussen zorgverleners onderling gaat niet via een PGO. Bij het realiseren van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg voldoen we aan de Medmij-voorwaarden (die gelden voor een PGO).
Meer informatie over PGO’s vind je op http://www.pgo.nl/ of https://medmij.nl/wat-is-een-pgo/
Hoe toegankelijk is een PGO voor anderstaligen? ▼
Verschillende PGO’s kunnen in meerdere talen worden gebruikt. De cliënt kan zelf kiezen welk PGO gebruikt wordt en hier dus op selecteren. Juist door gestandaardiseerd uitwisselen, wordt het vertalen naar een andere taal eenvoudiger, omdat we gebruik maken van een wereldwijde codering (Snomed) die een basis van meerdere talen heeft.
Kan de cliënt wijzigingen in het systeem van zorgverleners aanbrengen? ▼
Nee, de cliënt kan geen wijzigingen aanbrengen in de data in het zorgverlenerssysteem. En dat kan een zorgverlener ook niet in het systeem van een andere zorgverlener. Wel verwachten we dat een cliënt zelf informatie kan toevoegen, waarbij je als zorgverlener ook kan zien dat de informatie van die cliënt zelf komt. Denk bijvoorbeeld aan vragenlijsten, zelfmetingen of informatiebrochures.
Zijn de PGO’s ook geschikt voor cliënten met weinig digitale vaardigheden? ▼
Daar is bij de ontwikkeling van PGO’s nadrukkelijk aandacht voor. Dit wordt zorgbreed aangepakt. Zie bijvoorbeeld deze uitleg van Patiënten Federatie Nederland.
Moet de cliënt iedere keer dat gegevens geraadpleegd worden, toestemming geven? ▼
Nee, dat hoeft niet bij iedere keer dat gegevens ingezien worden. De cliënt geeft op dit moment eenmalig toestemming aan de zorgorganisatie waar ze op dat moment is. Vervolgens worden de gegevens in dat dossier gedeeld met alle zorgverleners met een behandelrelatie.
De cliënt heeft de regie en dat betekent dat zij ook mag weigeren.
Hoe wordt de privacy van de cliënt bewaakt? ▼
De gegevens over de zorg worden alleen gedeeld met andere zorgverleners als de cliënt daar toestemming voor heeft gegeven. En als de zorgverlener bevoegd is vanuit zijn of haar functie. Landelijk of regionaal wordt het inzien van gegevens bijgehouden via logging.
Gegevens worden getransporteerd via een beveiligd zorgnetwerk. Cliënten kunnen altijd nagaan wie haar gegevens ingezien heeft.
In een noodsituatie kunnen gegevens worden bekeken zonder de toestemming van de cliënt. Deze zorgverlener moet dan wel bij de zorgverlening van de cliënt betrokken zijn en moet zich daarna verantwoorden.
Is er een centrale plek waar toestemming wordt geregistreerd of gebeurt dat decentraal? ▼
Op dit moment is er nog geen centrale plek waar toestemming wordt geregistreerd of vastgelegd. Hier wordt wel aan gewerkt (voor meer informatie zie Mitz.nl). Vandaar dat er voorlopig een decentrale of regionale vorm van toestemming gehanteerd wordt.
Wat is een behandelingsovereenkomst? ▼
Wanneer een cliënt met een zorgvraag bij een zorgverlener/zorgaanbieder komt en de zorgverlener/zorgaanbieder ingaat op deze vraag, dan is er een behandelingsovereenkomst ontstaan. Een cliënt kan een behandelingsovereenkomst hebben met een verloskundige, gynaecoloog, ziekenhuis, echoscopist, etc.
De Wet over de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) regelt o.a. de dossierplicht en het medisch beroepsgeheim. De dossierplicht betekent dat de zorgverlener/zorgaanbieder een dossier bij moet houden waarin gegevens worden bijgehouden over de gezondheid van de cliënt, de uitgevoerde onderzoeken en behandeling en andere gegevens die nodig zijn voor een goede zorgverlening.
Het medisch beroepsgeheim houdt in dat er vertrouwelijk met medische gegevens omgesprongen moet worden. Deze geheimhoudingsverplichting mag alleen in een aantal specifieke situaties worden doorbroken.
Kun je een fout in het medisch dossier herstellen wanneer er met zorginformatiebouwstenen (zibs) gewerkt wordt? ▼
Jazeker. Het dossier is een samenstelling van zibs. Bij elk consult worden gegevens in het eigen systeem ingevoerd en daarmee toegevoegd aan het (totaal)dossier. Het kan zijn dat een verloskundige iets verkeerd heeft ingevoerd. Bijvoorbeeld hemoglobine 3,6 in plaats van 6,3. Als hij of zij deze fout ziet, wijzigt deze de gegevens in het eigen systeem naar 6,3. En publiceert hiermee een nieuwe zib met de juiste gegevens. Er zijn nu twee zibs met verschillende informatie over de hemoglobinewaarde. Omdat iedere zib een eigen datum en tijd heeft, is er dus sprake van versiebeheer.
Bovengenoemd voorbeeld is een uitzonderlijk geval. Mocht de gynaecoloog intussen de waarde van 3,6 hebben gezien, zal hij of zij eerst contact opnemen met de verloskundige, voordat hij of zij overgaat tot een bloedtransfusie. Als de gynaecoloog de verkeerd ingevoerde waarde wil dubbelchecken en de gegevens wil terugzien, dan kan dat. Historische gegevens zijn altijd te raadplegen, mits de zorgverlener daar toestemming voor heeft gekregen van de cliënt. Dit doet hij of zij via de viewer, waar gegevens op datum en tijd teruggevonden kunnen worden.
Wat is FHIR? ▼
FHIR staat voor “Fast Healthcare Interoperability Resources”. Het is een internationale standaard voor digitale gegevensuitwisseling in de zorg die wordt beheerd door de organisatie HL7. Met deze technische standaard kunnen de conceptuele zorginformatiebouwstenen (zibs) in de praktijk worden gebruikt.
FHIR is opgebouwd uit implementeerbare bouwstenen die we “resources” noemen. Je kunt bij een server bepaalde resources opvragen (“GET”), aanmaken (“POST”), updaten (“PUT”) en in sommige gevallen ook verwijderen (“DELETE”). Hiervoor moet je uiteraard wel toestemming hebben en geautoriseerd zijn.
Deze standaard bouwstenen zijn nader te specificeren, voor bijvoorbeeld Nederland of de geboortezorg, met behulp van profielen (“profiles”). Resources zijn ook verder uit te breiden met behulp van zogenaamde extensies (“extensions”). FHIR maakt gebruik van bestaande webtechnologie, zoals RESTful API’s, en is snel en relatief eenvoudig te implementeren.
Waar staan de gegevens opgeslagen? ▼
Net als nu: in de systemen van de zorgverleners. Voor meer informatie hierover bekijk je deze animatie. Cliënten hebben de regie over hun eigen gegevens. Zij geven zorgverlener(s) toestemming voor het mogen delen van de gegevens.
Is er een landelijke informatiestandaard vastgesteld? ▼
Voor de implementatie van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg is de landelijke informatiestandaard voor de geboortezorg het Perinataal Woordenboek en Dataset (PWD). De basis voor de datasets zijn zorginformatiebouwstenen (zibs). Lees meer >>>
Wat is een XIS? ▼
De afkorting XIS staat voor zorginformatiesysteem van een zorgaanbieder. Informatie-architecten, leveranciers etc. gebruiken deze term om het systeem aan te duiden waarin zorgverleners de medische gegevens over een cliënt vastleggen. Het merendeel van de zorgverleners gebruikt nu al een dergelijke applicatie ter ondersteuning voor hun dagelijkse werk.
Iedere branche heeft haar eigen applicaties en hanteert haar eigen afkorting, zoals een verloskundig informatiesysteem (VIS) of ziekenhuisinformatiesysteem (ZIS). XIS is de generieke afkorting.
Kan ik als zorgverlener in mijn eigen systeem blijven werken? ▼
Ja, je kunt gewoon in je eigen systeem blijven werken. Daarin kun je de juiste gegevens op het juiste moment opvragen en inzien, mits je daarvoor toestemming hebt van de cliënt. Je voert je bevindingen in je eigen systeem in, net zoals dat nu gebeurt.
Om veilige digitale gegevensuitwisseling te realiseren, moeten er aanpassingen worden gedaan in de zorginformatiesystemen. Je merkt daar als zorgverlener niet veel van. De veranderingen zitten vooral onder de motorkap, in de manier waarop de informatie ontsloten en ter beschikking wordt gesteld aan de systemen van andere zorgverleners.
Voor de zorgverlener is wel een extra knop (voor een viewer) zichtbaar. Vanuit dit scherm kunnen gegevens opgevraagd worden.
Om duidelijk te maken hoe digitale gegevensuitwisseling onder de motorkap werkt hebben we een animatie gemaakt.
Waarom wordt VIPP-Babyconnect op zowel regionaal als op landelijk niveau opgepakt? ▼
Tijdens de subsidieperiode van VIPP Babyconnect werden de activiteiten die nodig waren voor veilige digitale gegevensuitwisseling zowel op regionaal niveau als ook op landelijk niveau opgepakt.
Landelijk voert het programmabureau activiteiten uit, zoals:
Het uitdenken van de techniek en ontwikkelen van landelijke standaarden.
Het uitvoeren van leveranciersmanagement.
Het borgen van het gedachtegoed en de kennis.
Het delen van kennis en het ondersteunen van de regio’s bij de subsidieaanvraag en de implementatie, door o.a. het geven van trainingen en presentaties.
De implementatie gebeurt regionaal. Dit is nodig om aan te sluiten bij de regionale samenwerking en bij de eisen en wensen van professionals en cliënten. Daarbij sluit de invoering aan op de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG), die regionaal geïmplementeerd wordt. Het realiseren van digitale gegevensuitwisseling is een onderdeel van deze Zorgstandaard. Landelijke uitwisseling wordt mogelijk door een regionale infrastructuur en door interoperabiliteit. Dit laatste houdt in dat alle systemen, voorwaarden en afspraken op elkaar aansluiten, zie ook deze factsheet.
Wat is het verschil tussen een RSO en een ROS? ▼
Een Regionale Samenwerkingsorganisatie (RSO) die met mandaat van zorgaanbieders in de regio de communicatie en gegevensuitwisseling faciliteren.
Een RSO zorgt voor technische ondersteuning van digitale gegevensuitwisseling in de regio. De RSO kan ook verantwoordelijkheden van het VSV overnemen met betrekking tot implementatie en beheer.
Een ROS is een Regionale Ondersteuningsstructuur voor in ieder geval de eerste lijn. Een ROS adviseert en begeleidt de eerste lijn én betrokken partijen bij samenhangende zinnige en zuinige zorg in de wijk of regio.
Via deze link kom je op de interactieve kaart waarop alle relevante netwerken rondom geboortezorg te vinden zijn. Deze staat in het geboortezorglandschap op kennisnet geboortezorg.
Zowel een ROS als een RSO konden tijdens de subsidieperiode van VIPP Babyconnect penvoerder zijn.
Wat verandert er voor de zorgverlener? ▼
Het uitgangspunt van VIPP Babyconnect is de juiste gegevens, op het juiste moment bij de cliënt én juiste zorgverlener. In de praktijk blijven zorgverleners in hun eigen systeem werken en kunnen daar – met toestemming van de cliënt – de juiste gegevens op het juiste moment oproepen en inzien in een (geboortezorg)viewer. De bevindingen tijdens een consult worden, net zoals nu, in het eigen systeem geregistreerd. Op deze manier is het in principe niet meer nodig om gegevens over te schrijven, te faxen of om na te bellen. Dit heeft minder administratielast tot gevolg.
Om het duidelijk te maken hoe digitale gegevensuitwisseling eruit kan komen te zien en wat het voor de dagelijkse praktijk betekent, is een animatie gemaakt: Digitale gegevensuitwisseling: hoe werkt het?
Hoe verhoudt Babyconnect zich tot de andere VIPP-programma's? ▼
VWS heeft voor verschillende sectoren VIPP-programma’s ingericht. De belangrijkste doelstelling van deze programma’s is het uitwisselen van gestandaardiseerde informatie tussen de zorgverleners en de cliënt/patiënt.
VIPP Babyconnect werkte daarbij ook aan gestandaardiseerde uitwisseling tussen zorgverleners onderling. De meeste VIPP-programma’s richten zich op de uitwisseling van één zorgverlener naar een andere zorgverlener (Peer to Peer). De cliënt krijgt via zorgportalen inzicht in de gegevens bij één zorgaanbieder. De methode die VIPP Babyconnect volgde (d.m.v. zibs en vertalers) maakt mogelijk dat de zorgverlener de juiste gegevens op het juiste moment kan inzien. Deze informatie kan uit meerdere bronsystemen van verschillende zorgverleners opgehaald en geraadpleegd worden. Deze methode zorgt ervoor dat informatie altijd te raadplegen is (bij toestemming) en dus te hergebruiken is. Hiermee is uitwisseling niet afhankelijk van degene die de gegevens heeft ingevoerd.
Is de gegevensuitwisseling veilig? ▼
De veiligheid van digitaal gegevens uitwisselen in de (geboorte)zorg heeft prioriteit. Daar zijn veel partijen voor nodig.
Op landelijk niveau worden afspraken gemaakt tussen leveranciers, zorgverleners en andere betrokkenen over het uitwisselen van gezondheidsgegevens. Het vertrouwensmodel wat onderdeel is van deze afspraken (Twinn afsprakenstelsel) beschermt het beroepsgeheim van de zorgverlener en de privacy van de patiënt bij de uitwisseling van gezondheidsgegevens.
Ook in de wijk en de praktijk of zorgorganisatie maken zorgverleners afspraken over het veilig uitwisselen van gegevens. Bijvoorbeeld hoe zij hun computer beveiligen en periodiek spreekt men gezamenlijk over dataveiligheid om alert te blijven.
Twiin geniet brede steun in het zorgveld. Het Twiin afsprakenstelsel is:
Onafhankelijk: Twiin is niet gebonden aan specifieke leveranciers of ICT-infrastructuren.
Methodische opgezet: Er is een duidelijke governance-structuur voor deelnemers.
Breed toepasbaar: Twiin is geschikt voor verschillende soorten gegevensuitwisseling.
Juridisch gedekt: Twiin houdt rekening met alle relevante wet- en regelgeving.
Voldoet mijn systeem aan de vereisten? ▼
Het zorginformatiesysteem moet voldoen aan de normen die zijn vastgesteld voor veilige digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Als aan de normen wordt voldaan, krijgt een systeem het XIS Keurmerk Geboortezorg. Dit keurmerk is nog in ontwikkeling.
De normen zijn opgesteld door een klankbordgroep van eindgebruikers en leveranciers, en zijn gericht op de behoeften van eindgebruikers.
Zorgverleners kunnen door het keurmerk zeker zijn dat de ICT-oplossingen voldoen aan de gestelde eisen voor gegevensuitwisseling.
(versie: januari 2025)
Hoe is de toestemming juridisch geregeld? ▼
In de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) staat dat je alleen gegevens mag inzien van cliënten waar je een behandelrelatie mee hebt. Het is dus strafbaar om gegevens in te zien die niet relevant voor jou zijn. De inzage in gegevens wordt bijgehouden in een logbestand. Dit wordt ook wel logging genoemd. Daarmee kan achteraf worden gecheckt, indien nodig of een zorgverlener het recht had om de gegevens in te zien.
Voldoet digitale gegevensuitwisseling ook aan aankomende wetgeving? ▼
Voor gegevensuitwisseling in de geboortezorg zijn wetten, normen en richtlijnen van toepassing. Via deze link naar het Afsprakenstelsel Interoperabiliteit Geboortezorg vind je een overzicht van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Als in de toekomst wetgeving wijzigt en/of van toepassing wordt op digitale gegevensuitwisseling dan wordt dit via de innovatie- & beheercyclus (I&B cyclus) van het Duurzaam Informatiestelsel Geboortezorg (DIG) geborgd in de doorontwikkeling. Dit betekent dat doorontwikkelingen altijd worden getoetst aan de gangbare wet- en regelgeving.
Binnen de I&B cyclus worden afspraken rondom innovatie (met daarbinnen ook doorontwikkeling) en beheer vastgelegd in een Plan, Do, Check, Act-systeem (PDCA), uitgaande van- en rekening houdend met wet- en regelgeving. Hierdoor ontstaat er samenhang tussen ontwikkelingen en innovaties in het veld en is de governance geborgd. Veranderingen die moeten worden geïmplementeerd om te voldoen aan toekomstige wetgeving zullen vanzelf met hoge prioriteit de innovatie- & beheercyclus doorlopen.
Als ik nu een beslissing maak o.b.v. gegevens die ik in de viewer zie, kan ik die altijd in blijven zien? ▼
Gegevens neem je niet over in je eigen systeem. De gegevens van de cliënt zijn in te zien afhankelijk van jouw rol als zorgverlener en de toestemming die de cliënt heeft gegeven. Als je op een later moment deze gegevens weer nodig hebt kun je deze weer inzien. Gegevens zijn ook op te vragen op basis van een datum. Dit betekent dat je gegevens waarop beslissingen zijn genomen altijd terug kunt halen zoals ze toen waren.
Kan ik ook gebruik maken van een andere viewer? ▼
Op dit moment is het niet mogelijk om te garanderen dat je een andere viewer kan gebruiken. Hoewel keuzevrijheid voor eindgebruikers belangrijk is, is het gebruik van een andere viewer afhankelijk van verschillende factoren.
Nuts-standaarden:
De Nuts-standaarden vormen de basis voor interoperabiliteit, wat betekent dat verschillende systemen met elkaar kunnen communiceren. De proof of concept met Nuts-standaarden heeft bewezen dat vrije keuze van applicaties, waaronder viewers, mogelijk is.
Koppelingen:
Een andere viewer zou moeten kunnen koppelen met de systemen die in je regio gebruikt worden. Het is belangrijk om te weten of de viewer die je wil gebruiken de juiste koppelingen heeft.
Regionale afspraken:
Regionale partnerschappen kunnen specifieke afspraken hebben over welke viewers ondersteund worden. Het is daarom raadzaam om contact op te nemen met jouw regionale partnerschap om te informeren naar de mogelijkheden binnen jouw regio.
Wanneer kan ik meer gegevens verwachten in de viewer? ▼
De implementatie van de viewer verloopt stapsgewijs. Nog niet alle bronleveranciers kunnen nu al hun gegevens aanleveren. Dit betekent dat er in het begin mogelijk minder gegevens beschikbaar zijn dan verwacht. De beschikbaarheid van gegevens groeit.
Na de livegang zullen er continu ontwikkelingen plaatsvinden om de functionaliteit van de viewer te verbeteren en meer gegevens te integreren.
Versie: januari 2025
Kan ik gegevens in de viewer ook overnemen in mijn eigen systeem? ▼
Nee, het is niet mogelijk om gegevens vanuit de viewer over te nemen in jouw eigen systeem. De viewer is bedoeld om gegevens in te zien, maar je kan deze niet opslaan of importeren. Wanneer je het scherm sluit, verdwijnen de gegevens. Je kan de gegevens echter altijd opnieuw opvragen wanneer je ze nodig hebt.
Gegevens neem je dus niet over in je eigen systeem. De gegevens van de cliënt zijn in te zien afhankelijk van jouw rol als zorgverlener en de toestemming die de cliënt heeft gegeven. Als je op een later moment deze gegevens weer nodig hebt kun je deze weer inzien. Gegevens zijn ook op te vragen op basis van een datum. Dit betekent dat je gegevens waarop beslissingen zijn genomen altijd terug kunt halen zoals ze toen waren.
Zijn alle gegevens over een cliënt zichtbaar voor alle zorgverleners die een behandelrelatie hebben met deze cliënt? ▼
Wanneer de cliënt toestemming geeft, dan is dit voor het delen van de gegevens aan alle zorgorganisaties in het land. Echter, alleen zorgverleners met een behandelrelatie hebben in hun eigen systeem toegang tot het dossier van de cliënt. Alleen deze zorgverleners kunnen dus de gegevens over die cliënt inzien. Je hoeft na de beëindiging van een behandelrelatie de toestemming niet actief in te trekken.
De cliënt kan bij de zorgverlener aangeven dat gegevens niet gedeeld mogen worden met andere zorgorganisaties. Zij kan hierin niet kiezen tussen zorgorganisaties. Dus je deelt gegevens met alle zorgorganisaties met een behandelrelatie of je deelt ze niet.
Wat houdt publiceren van gegevens in? ▼
Publiceren is dat jij als zorgverlener gegevens beschikbaar stelt voor andere zorgverleners om te raadplegen (in te zien).
Wanneer de cliënt toestemming geeft, dan is dit voor het delen van de gegevens aan alle zorgorganisaties in het land. Echter, alleen zorgverleners met een behandelrelatie hebben in hun eigen systeem toegang tot het dossier van de cliënt. Alleen deze zorgverleners kunnen dus de gegevens over die cliënt raadplegen.
Zie ook het antwoord op de vraag: Ik heb toestemming om gegevens van mijn cliënt in te zien maar ik zie niet alles. Hoe kan dit?
Verdere toelichting:
Het publiceren van gegevens in de geboortezorg begint wanneer een zorgverlener nieuwe cliënt/patiëntgegevens invoert in het eigen systeem. Om deze gegevens veilig te delen met andere zorgverleners via de viewer, worden ze omgezet naar de standaardtaal FHIR en opgeslagen op een beveiligde server.
Publiceren zorgt ervoor dat gegevens op een gestandaardiseerde, veilige en gecontroleerde manier gedeeld kunnen worden, wat essentieel is voor efficiënte samenwerking in de geboortezorg.
Welke gegevens worden er gedeeld met andere zorgverleners? ▼
Wanneer een cliënt toestemming geeft voor het delen van haar gegevens, worden alle gegevens (het gehele PWD 3.2*) in haar dossier gedeeld met zorgverleners die een behandelrelatie met haar hebben. Dit wordt 'dossierhouderstoestemming' genoemd.
Belangrijk om te weten:
Niet alle zorgverleners zien alles: Alleen zorgverleners die in hun eigen systeem toegang hebben tot het dossier, en dus een behandelrelatie hebben, kunnen de gegevens inzien.
Werknotities blijven privé: Werknotities die een zorgverlener voor zichzelf maakt, worden niet gedeeld.
Alles of niets: De cliënt kan niet kiezen tussen specifieke zorgorganisaties. Het is een 'alles-of-niets' principe: ofwel worden alle gegevens gedeeld met alle relevante zorgverleners, ofwel helemaal niet.
Intrekken is mogelijk: De cliënt kan te allen tijde de toestemming voor het delen van gegevens intrekken.
* PWD = perinataal woordenboek en dataset. Bijna alle betrokken bronsystemen ontsluiten gegevens op basis van versie 3.2 van deze informatiestandaard. Het PWD is nog niet af (d.d. maart 2025) voor alle leveranciers. We groeien stap voor stap daar naar toe.
Zijn notities die ik in mijn systeem maak ook zichtbaar wanneer gegevens gedeeld worden? ▼
Nee, notities die je als zorgverlener in je eigen systeem maakt, zijn niet zichtbaar voor andere zorgverleners. Deze gegevens worden niet gedeeld met zorgverleners of cliënten.
Wie legt toestemming vast? ▼
Je legt als zorgverlener de toestemming van de cliënt vast. Dit doe je in je bronsysteem, en als dat niet mogelijk is, in de viewer. Kijk als zorgverlener in jouw bronsysteem waar en hoe je de toestemming vastlegt. Iedere zorgorganisatie waar de cliënt voor het eerst komt moet opnieuw toestemming vragen om de gegevens uit het dossier van die desbetreffende zorgorganisatie te delen met de andere organisaties.
Waarom is een PGO handig? ▼
Een PGO biedt verschillende voordelen:
Overzicht: al je gezondheidsgegevens staan overzichtelijk op één plek, daardoor kun mogelijk je meer grip op je gezondheid krijgen
Inzicht: door je gegevens te bekijken, krijg je een beter beeld van je gezondheid en kun je betere keuzes maken.
Delen: je kunt je gegevens gemakkelijk delen met je zorgverleners, wat de communicatie en zorg kan verbeteren.
Efficiëntie: doordat gegevens digitaal worden uitgewisseld, is er minder kans op fouten en gaat er minder tijd verloren.
Wat is Mitz? ▼
Mitz is een toekomstig landelijk systeem voor het vastleggen en beheren van toestemmingen. Zowel de cliënt als de zorgverlener kunnen via Mitz toestemmingen vastleggen en inzien. Het doel van Mitz is om de cliënt meer controle te geven over haar toestemmingskeuzes. Zo kan de clïent bijvoorbeeld zien aan welke zorgorganisaties zij toestemming heeft gegeven, en kan een zorgverlener voor een cliënt de toestemmingen vastleggen en inzien.
De implementatie van Mitz laat nog even op zich wachten omdat de bronsystemen van zorgverleners eerst technisch aangepast moeten worden. Sommige bronsystemen zullen sneller klaar zijn dan andere. Tot die tijd leggen we toestemming vast zoals het nu gaat tussen de zorgverlener en de cliënt.
(versie: januari 2025)
Hoe kan ik het beste toestemming vragen aan mijn cliënt? ▼
Je kunt de toestemming tijdens een intakegesprek mondeling of schriftelijk vragen. Het is belangrijk dat je de cliënt goed informeert over wat de toestemming inhoudt, met wie de gegevens worden gedeeld en hoelang ze inzichtelijk blijven.
Ik heb gehoord dat er dossierhouderstoestemming nodig is. Wat houdt dit precies in? ▼
De cliënt geeft toestemming voor het delen van alle gegevens in haar dossier. De toestemming geldt alleen voor de gegevens in het dossier van de zorgorganisatie waar de cliënt op dat moment is. De gegevens worden gedeeld met alle zorgverleners met een behandelrelatie met de cliënt. Dit noemen we dossierhouderstoestemming.
Hoe lang blijven gegevens zichtbaar voor anderen? ▼
Gegevens blijven zichtbaar voor zorgverleners met een behandelrelatie zolang de cliënt toestemming heeft gegeven. De bewaartermijn voor medische gegevens is 20 jaar nadat iemand medisch volwassen is (16 jaar).
Aan wie moet de cliënt toestemming geven zodat de gegevens gedeeld mogen worden? ▼
De cliënt geeft toestemming aan de zorgverleners die een behandelrelatie met haar hebben. Dit betekent dat zorgverleners van verschillende organisaties toegang kunnen krijgen tot haar gegevens, maar alleen als ze daadwerkelijk betrokken zijn bij haar behandeling.
Waarom moet de cliënt toestemming geven voor gegevens die ik wil delen? ▼
De cliënt moet toestemming geven voor het delen van haar gegevens vanwege de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). Deze wet beschermt de privacy van patiënten en bepaalt dat alleen zorgverleners met een behandelrelatie toegang mogen hebben tot de gegevens van een cliënt.
Kan de cliënt zien wie haar gegevens heeft gezien? ▼
Ja, alle zorgorganisaties zijn wettelijk verplicht om bij te houden wie de gegevens van een cliënt hebben ingevoerd, aangepast en ingezien. Dit noemen we ook wel logging. Als cliënt mag je hiervan een overzicht opvragen bij je zorgorganisatie, zodat je weet wie jouw gegevens allemaal hebben ingezien.
Worden alle gegevens die ik registreer gedeeld met een PGO van mijn cliënt? ▼
Via een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) krijgt de cliënt toegang tot een aantal gestandaardiseerde gegevens. Dit betreft niet alle velden uit het systeem, dus er blijven velden bestaan voor notities die niet in de PGO zichtbaar worden.
Echter heeft de cliënt al recht op elektronische inzage van het dossier en op een digitale export hiervan. Persoonlijke werknotities van de zorgverlener mogen hier buiten blijven. Zodra notities gedeeld worden met andere zorgverleners, maakt het wél onderdeel uit van het dossier, en heeft de cliënt recht op elektronische inzage.
Welke voordelen heeft mijn cliënt bij digitale gegevensuitwisseling? ▼
Digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg heeft verschillende voordelen:
Inzicht en controle: Via een overzichtelijk scherm heeft je cliënt toegang tot haar eigen medische gegevens. Zo heeft ze meer inzicht in en controle over haar zorgproces.
Vlotte zorgverlening: Doordat alle zorgverleners toegang hebben tot dezelfde informatie, verloopt de zorg rond de zwangerschap en geboorte soepeler. Onnodig herhalen van vragen of onderzoeken wordt voorkomen.
Besparing van tijd: Het digitaal delen van gegevens bespaart tijd, omdat gegevens niet meer overgetypt of telefonisch doorgegeven hoeven te worden.
Minder kans op fouten: Omdat gegevens niet handmatig verwerkt worden, is de kans op fouten kleiner. Dit zorgt voor een veiligere zorg.
Regie: Je cliënt behoudt de regie over haar eigen gegevens en beslist samen met de zorgverleners hoe de gegevensuitwisseling eruitziet. Beter geïnformeerde burgers kunnen betere keuzes voor zichzelf maken.
Waar vind ik informatie over een PGO voor mijn cliënten? ▼
Heb je een vraag over persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s)? Dan ben je bij PGO Informatiepunt van de Helpdesk Digitale Zorg aan het goede adres. Dit informatiepunt is er voor iedereen die vragen heeft over PGO’s: burgers en zorgprofessionals. Hier vind je zelf antwoord op je vraag, of bel met één van de servicemedewerkers.
Mijn client kan mijn geregistreerde gegevens nog niet verzamelen in haar PGO, wat kan ik doen? ▼
Heb je een vraag over persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO’s)? Dan ben je bij PGO Informatiepunt van de Helpdesk Digitale Zorg aan het goede adres. Dit informatiepunt is er voor iedereen die vragen heeft over PGO’s: burgers en zorgprofessionals. Hier vind je zelf antwoord op je vraag, of bel met één van de servicemedewerkers.
Is netwerkzorg anders dan ketenzorg? ▼
Netwerkzorg verschilt van ketenzorg. Bij ketenzorg wordt de cliënt doorverwezen van de ene zorgverlener naar de andere, zoals bijvoorbeeld van huisarts naar verloskundige en vervolgens naar een echoscopist. Hier is sprake van een lineair proces waarbij de zorg elkaar opvolgt en wordt overgedragen, vaak met een verwijsbrief.
Netwerkzorg draait juist om het organiseren van de zorg rondom de cliënt. Geboortezorg is bij uitstek een voorbeeld van netwerkzorg. Alle betrokken zorgverleners, zoals de huisarts, verloskundige, echoscopist, gynaecoloog, kraamverzorgende en de jeugdgezondheidszorg, vormen een cirkel rondom de zwangere vrouw. Binnen deze cirkel, ook wel "cirkelzorg" genoemd, vindt intensieve samenwerking en gegevensuitwisseling plaats om de best mogelijke zorg te garanderen.
De persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO) sluit aan bij netwerkzorg. Een PGO is een platform waar de cliënt al haar medische gegevens kan inzien en beheren. Het gaat bij gegevensuitwisseling namelijk niet alleen over uitwisseling tussen zorgverleners, maar ook met een omgeving (PGO) waarin de cliënt alles van zichzelf kan zien en vastleggen. Zo heeft de cliënt overzicht en kan beter regie nemen.
Heb ik een UZI pas nodig om digitaal gegevens uit te wisselen? ▼
Nee, een UZI pas is niet verplicht om mee te kunnen doen met het digitaal uitwisselen van gegevens. Een Uzi pas is een identificatiemiddel voor de zorgverlener en wordt op verschillende plekken in het land gebruikt. Naast de Uzi pas zijn er nog andere middelen om te kunnen identificeren.
Wat zijn generieke functies? ▼
Gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid houden de zorg toegankelijk, goed en betaalbaar voor iedereen. Om de juiste gezondheidsgegevens op het juiste moment op de juiste plek te krijgen, zijn afspraken, standaarden en voorzieningen nodig: de generieke functies. Om gegevens opvraagbaar en uitwisselbaar te maken, moet bijvoorbeeld duidelijk zijn: wie logt erin? Wie mag de gegevens inzien? En is de patiënt/cliënt ermee akkoord dat de gegevens worden ingezien of gedeeld?
Voor netwerkzorg zijn de 6 generieke functies onder te verdelen in 2 groepen; ‘wie’ en ‘wat’:
De “wie”: wie is de eindgebruiker (zorgverlener/zorgorganisatie), klopt dat, en wat mag die eindgebruiker volgens zijn/haar rol. Deze groep is altijd vereist, zowel bij raadplegen als bij publiceren.
Identificatie (wie logt erin?)
Authenticatie (ben je wie je zegt dat je bent?)
Autorisatie (welke gegevens mag jij inzien?)
De "wat": waar staan gegevens van de burger, en is er toestemming om die gegevens te mogen raadplegen. Deze groep wordt toegepast bij het raadplegen.
Lokalisatie (waar staan de gezochte gegevens?)
Adressering (wat is het digitale adres waar de gegevens staan en waar ze heen moeten?)
Toestemming voor raadplegen (is de patiënt akkoord met het delen van medische gegevens?)
In de plaat hieronder worden de generieke functies (ter verduidelijking) nader toegelicht:
Wat houdt raadplegen van gegevens in? ▼
Raadplegen van gegevens betekent dat een zorgverlener de gegevens van een cliënt bekijkt, bijvoorbeeld ter voorbereiding op een consult. Dit gebeurt via de viewer in het eigen zorginformatiesysteem.
Stap 1:
Je hebt een consult met een cliënt. Om je voor te bereiden op dit consult wil je graag de gegevens van de cliënt inzien.
Je logt in, in jouw eigen zorginformatiesysteem, om gegevens te kunnen raadplegen.
Stap 2:
Je zoekt naar het dossier van de cliënt en opent deze. Binnen het eigen systeem klik je op de knop om de viewer te openen.
Stap 3:
Vervolgens wordt het scherm met relevante gegevens zichtbaar. Het is inzichtelijk wie de bron is bij de al ingevulde velden. Wanneer je de viewer sluit, sluit ook het integrale overzicht van de cliënt. Je kunt deze gegevens weer raadplegen, door de viewer opnieuw te openen.
Technisch (‘onder de motorkap’) betekent dit het volgende. Eerst wordt de informatiebehoefte van de zorgverlener, die via de viewer in het eigen systeem wordt aangegeven, omgezet in een zoekopdracht in de standaardtaal FHIR. Vervolgens wordt via generieke functies gecontroleerd of de cliënt bijvoorbeeld toestemming heeft gegeven voor het delen van de gegevens (toestemming) en of de zorgverlener bevoegd is om deze te zien (autorisatie). De opgevraagde gegevens worden dan opgehaald van de beveiligde server en vertaald naar leesbare taal voordat ze getoond worden in de viewer.
Wat is het Afsprakenstelsel Interoperabiliteit Geboortezorg? ▼
Het Afsprakenstelsel Interoperabiliteit Geboortezorg is een document dat alle afspraken, architectuur en (technische) specificaties beschrijft die nodig zijn om interoperabiliteit in de geboortezorg te realiseren. In het Afsprakenstelsel Interoperabiliteit Geboortezorg zijn verschillende methoden beschreven voor het duurzaam delen van gegevens tussen cliënt en zorgverlener, en tussen zorgverleners onderling.
Waarom is dit Afsprakenstelsel belangrijk?
Eenduidige vastlegging en uitwisseling van informatie: Dit is cruciaal voor goede en efficiënte zorg.
Interoperabiliteit: Systemen, afspraken en randvoorwaarden op alle niveaus (van beleid tot IT-infrastructuur) moeten op elkaar aansluiten.
Naleving van wetgeving: Het Afsprakenstelsel waarborgt dat gegevensuitwisseling voldoet aan wetgeving, privacyregels en standaarden.
Duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden: Het document beschrijft alle rollen en verantwoordelijkheden die nodig zijn voor interoperabiliteit.
Veilige gegevensuitwisseling: Het Afsprakenstelsel bevat specificaties en richtlijnen om de veiligheid van gegevensuitwisseling te garanderen.
Het Afsprakenstelsel Interoperabiliteit Geboortezorg is bedoeld voor systeemontwikkelaars, technisch projectleiders en leveranciers.
Hoe werkt digitale gegevensuitwisseling? ▼
Om veilig digitaal gegevens uit te wisselen is samenwerking en techniek nodig. Samenwerking om goede afspraken te maken, wie welke gegevens mogen inzien. Hoe je de systemen beveiligt en hoe bijvoorbeeld toestemming aan de cliënt wordt gevraagd en geregistreerd. Techniek om de informatiesystemen op een juiste manier met elkaar gegevens uit te laten wisselen.
Om ervoor te zorgen dat alle computersystemen de gegevens begrijpen, is er een 'eenheid van taal' nodig. Dit betekent dat alle systemen dezelfde termen en definities gebruiken. Bovendien wordt de informatie opgesplitst in kleine stukjes, zogenaamde zorginformatiebouwstenen (zibs). Zo kan informatie flexibel worden samengesteld en hergebruikt.
De invoering van digitale gegevensuitwisseling gebeurt stapsgewijs. In verschillende regio's zijn zorgaanbieders al op kleine schaal begonnen met het uitwisselen van gegevens.
Het uiteindelijke doel is dat alle betrokkenen in de geboortezorg snel en veilig toegang hebben tot de juiste informatie op het juiste moment, zodat je als cliënt de best mogelijke zorg krijgt en als zorgverlener de best mogelijke zorg kunt geven.
Wat levert digitale gegevensuitwisseling op? ▼
Als zorgverlener herken je het vast wel: soms mis je informatie in een consult, geeft een cliënt aan een verhaal al zo vaak te hebben verteld, of moet je een hele brief doorlezen om de juiste informatie te achterhalen.
Door gegevens beschikbaar te stellen kunnen andere zorgverleners afhankelijk van hun autorisatie de juiste gegevens tijdig inzien.
Als jij zelf gegevens inziet hoef je deze gegevens niet meer over te typen of hoeven bepaalde onderzoeken niet dubbel uitgevoerd te worden, waardoor je sneller door kan in je behandeling.
Als cliënt herken je het vast wel. Jouw zorgverlener heeft je alle informatie gegeven tijdens het consult, maar eenmaal thuis duizelt het je of ben je delen van informatie kwijt. Hierdoor kan je onvoldoende regie nemen over jouw gezondheid. Daarnaast herken je misschien dat je soms meermaals je verhaal moet vertellen of dat je meermaals een onderzoek moet ondergaan. Doordat zorgverleners gegevens uitwisselen, worden deze knelpunten opgelost.
Kan ik ergens inzien welke gegevens door welk zorginformatiesysteem beschikbaar worden gesteld? ▼
Dit overzicht is op dit moment nog niet beschikbaar, maar komt wel. Het is een groeimodel, dat wil zeggen dat er steeds meer gegevens beschikbaar gaan komen. Voor nu is het zo dat de verloskunde (alleen Onatal en Orfeus) toewerken naar uitwisseling van de kernset plus.
De ziekenhuizen wisselen in principe de Basisgegevensset Zorg (BGZ) uit met pdf formulieren en de kraam zal de gehele dataset uitwisselen wat nu ook in het systeem beschikbaar is.
Wat is de innovatie- & beheercyclus? ▼
De Innovatie- & beheercyclus (I&B cyclus) is een gestructureerd proces voor het managen van innovaties en beheer binnen de digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Het doel is om samenhang te creëren tussen ontwikkelingen en innovaties en om duidelijkheid te bieden over hoe te ontwikkelen en wie welke rol heeft.
Belangrijkste kenmerken:
Gebaseerd op het PDCA-systeem (Plan, Do, Check, Act).
Houdt rekening met wet- en regelgeving.
Gericht op het creëren van ruimte voor innovaties en deze te verbinden en te beheren.
Ontwikkelt een normatief kader vanuit de praktijk.
Zorgt voor transparantie in besluitvorming.
Vergemakkelijkt aansluiting bij overkoepelende zorgbrede cycli.
Deze cyclus focust op het verbeteren van de informatievoorziening.
Werkwijze:
Verzamelen van input: De wensen van de eindgebruiker zijn leidend.
Visievorming, benchmarken en monitoren.
Vastleggen van afspraken in standaarden met duidelijk beheer.
Toewijzen van taken: Rollen en verantwoordelijkheden zijn duidelijk gedefinieerd.
Betrokkenheid:
De I&B cyclus vereist commitment en aanpassing van de deelnemende organisaties.
Afbeelding: Schematische weergave van de I&B cyclus.
Over de rollen die betrokken zijn binnen de I&B cyclus: Overzicht en omschrijving rollen I&B cyclus
Wat is de implementatie- & ontwikkelagenda? ▼
Binnen de geboortezorg wordt gewerkt we met een implementatie- & ontwikkelagenda (I&O agenda). Hierop staan alle eindgebruikerseisen en vragen (cq. oplossingen voor problemen) die bijdragen aan een verdere verbetering van de interoperabiliteit en gegevensuitwisseling binnen de geboortezorg.
In het kort: De I&O agenda is een flexibel instrument om te zorgen dat de digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg aansluit bij de behoeften en wensen van de eindgebruikers.
Hoe werkt het?
Vragen indienen: Eindgebruikers, organisaties of beroepsverenigingen kunnen vragen indienen via een formulier, de landelijke helpdesk of de community.
Verzamelen en bundelen: De functioneel beheerder verzamelt alle vragen, bundelt vergelijkbare vragen en houdt bij hoe vaak een vraag gesteld wordt.
Prioritering: De kerngroep eindgebruikers bepaalt de prioriteit van de vragen, in overleg met de community.
Strategisch overleg: De kerngroep eindgebruikers, vertegenwoordigers van branchepartijen en de federatie van VSV's (Verenigingen van Samenwerkende Verloskundigen) beslissen over de uiteindelijke prioritering en welke vragen daadwerkelijk ontwikkeld gaan worden.
Ontwikkeling: De geselecteerde vragen worden ontwikkeld in een proces genaamd de innovatie- & beheercyclus.
Transparantie:
De vormgeving en inrichting van de ontwikkelagenda is nog in ontwikkeling. Het uiteindelijke doel is om de I&O agenda openbaar te maken, zodat iedereen kan zien welke vragen er zijn ingediend en wat de status van de ontwikkeling is.
Wat is het PWD? ▼
Het PWD (Perinataal Woordenboek en Dataset) is een informatiestandaard die zorgt voor duidelijke communicatie in de geboortezorg. Verschillende zorgverleners, zoals verloskundigen en gynaecologen, kunnen hierdoor informatie over zwangerschap en geboorte op een uniforme manier uitwisselen.
Het PWD is gebaseerd op zorginformatiebouwstenen (zib's) en maakt gebruik van gestandaardiseerde definities en terminologieën. Voor de gegevensuitwisseling worden verschillende technische formaten gebruikt, zoals HL7v3, CDA en FHIR resources.
De voordelen van het PWD zijn:
Duidelijke communicatie: alle zorgverleners gebruiken dezelfde taal.
Efficiënte registratie: gegevens hoeven maar één keer vastgelegd te worden.
Alle zorgverleners hebben de juiste informatie.
Minder belastend voor de zwangere: zij hoeft haar verhaal niet steeds opnieuw te vertellen.
De PWD wordt steeds verder ontwikkeld, met nieuwe versies en updates die inspelen op de behoeften van de geboortezorg.
Wat is het modulair ontwerp? ▼
Het modulaire ontwerp in de geboortezorg is een methode voor veilige gegevensuitwisseling tussen verschillende zorgverleners en systemen. Deze methode is ontworpen om te zorgen dat zorgverleners in hun eigen systeem kunnen blijven werken, terwijl ze toch toegang hebben tot de benodigde informatie van cliënten. Het modulaire ontwerp werkt met deelblokken (modules) die samenwerken om gegevens te publiceren en te raadplegen.
Publiceren van gegevens gebeurt wanneer een zorgverlener nieuwe gegevens in het eigen systeem invoert. Deze gegevens worden vervolgens omgezet naar de standaardtaal FHIR, opgeslagen op een server en toegankelijk gemaakt voor andere zorgverleners met toestemming van de cliënt.
Raadplegen van gegevens gebeurt wanneer een zorgverlener via de viewer in het eigen systeem informatie van een cliënt wil bekijken. De informatiebehoefte wordt omgezet naar FHIR (een internationale uitwisselingsstandaard), waarna gecontroleerd wordt of de cliënt toestemming heeft gegeven en de zorgverlener bevoegd is om de informatie te zien. De opgevraagde gegevens worden vervolgens opgehaald, vertaald naar leesbare taal en getoond in de viewer.
Afbeelding: schematische weergave publiceren en raadplegen. Nb. Voor de uitwisseling met de JGZ verloopt het proces iets anders. Neem hierover evt. contact op met het landelijk programmabureau Babyconnect.
Wat is eenheid van taal? ▼
Eenheid van taal in de geboortezorg betekent dat alle zorgverleners dezelfde termen en codes gebruiken om medische gegevens te beschrijven. Dit zorgt ervoor dat de gegevens op een eenduidige manier worden vastgelegd en uitgewisseld, ongeacht welk softwaresysteem ze gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het vastleggen van het gewicht. In plaats van aparte termen voor gewicht voor de zwangerschap, tijdens de controle, geschat gewicht in de baarmoeder en geboortegewicht, wordt er één term 'gewicht' gebruikt. De context wordt dan gespecificeerd, bijvoorbeeld 'geboortegewicht' is dan 'het eerste gewicht gemeten binnen 24 uur na de geboorte'.
Waarom is eenheid van taal belangrijk?
Voorkomt fouten: Als iedereen dezelfde taal spreekt, is er minder kans op misverstanden en fouten bij de overdracht van informatie.
Efficiënter: Zorgverleners hoeven geen tijd te verspillen aan het ontcijferen van elkaars aantekeningen of het overtypen van gegevens.
Betere zorg: Eenheid van taal draagt bij aan een betere continuïteit van zorg, omdat alle betrokken zorgverleners over dezelfde informatie beschikken.
Hoe wordt er gewerkt aan eenheid van taal?
De werkgroep Eenheid van Taal van Perined, bestaande uit verschillende zorgprofessionals, werkt aan het onderhoud en beheer van de dataset van de geboortezorg. Deze dataset wordt omgebouwd tot zorginformatiebouwstenen (zibs), die een eenduidige beschrijving geven van medische begrippen.
Wat is de bijdrage van de verschillende eindgebruikersgroepen in het proces van het uitwisselen van digitale gegevens? ▼
Hier is een overzicht van de eindgebruikersgroepen, inclusief hun specifieke bijdragen aan het verbeteren van de digitale gegevensuitwisseling binnen de geboortezorg:
1. Cliënten
Zwangere vrouwen en (aanstaande) ouders die gebruik maken van geboortezorgdiensten.
Zij geven input over hun behoeften met betrekking tot veilige en toegankelijke digitale gegevensuitwisseling. Door hun ervaringen te delen, helpen ze bij het ontwerpen van systemen die gebruiksvriendelijk en veilig zijn voor de eindgebruiker, zoals het inzichtelijk maken van medische dossiers en zorgafspraken.
2. Zorgverleners
Geboortezorgprofessionals, zoals verloskundigen, gynaecologen,verpleegkundigen, kraamverzorgenden en echoscopisten.
Zorgverleners delen hun eisen en wensen voor informatiedeling. Ze zijn direct betrokken bij de behandeling en gebruiken de gegevensuitwisseling om effectieve zorg te bieden. Hun feedback draagt bij aan het creëren van systemen die naadloos passen binnen hun werkprocessen, waardoor de zorgkwaliteit toeneemt.
3. Zorgorganisaties
Ziekenhuizen, zorggroepen en andere instellingen die zorg verlenen of coördineren.
Zij bepalen het beleid en de structuren voor gegevensuitwisseling binnen hun organisaties. Door hun beslissingen dragen ze bij aan het waarborgen van een veilige en efficiënte toegang tot zorgdata voor zowel cliënten als zorgverleners, met aandacht voor regelgeving en interne processen.
4. Data-analisten en onderzoekers
Professionals die zich richten op het analyseren van zorggegevens.
Deze groep levert waardevolle inzichten op basis van geanalyseerde zorgdata. Door trends en patronen te herkennen, ondersteunen zij wetenschappelijk onderzoek en kwaliteitsverbeteringen in de geboortezorg. Hun analyses dragen bij aan het optimaliseren van zorgprocessen en beleid.
Wat is de kerngroep eindgebruikers? ▼
De kerngroep eindgebruikers is een groep eindgebruikers die bestaat uit vertegenwoordigers uit de verschillende eindgebruikersgroepen, zoals cliënten, zorgprofessionals, organisaties, en data-analisten/onderzoekers. Deze groep speelt een cruciale rol in de digitale gegevensuitwisseling binnen de geboortezorg door mandaat te hebben om strategische thema's te bespreken en prioriteiten te stellen op de ontwikkelagenda. De kerngroep zorgt ervoor dat de wensen en behoeften van eindgebruikers centraal staan in toekomstige digitale ontwikkelingen. De kerngroep is daarmee ook de verbinding met alle eindgebruikers in het land (de zgn. community van eindgebruikers).
Welke eindgebruikers zijn er? ▼
Cliënten: Dit zijn de (aanstaande) ouders. Ze willen graag toegang tot hun medische gegevens en die van hun (ongeboren) kind. Ze willen ook controle over met wie deze gegevens worden gedeeld.
Zorgverleners: Dit zijn professionals zoals verloskundigen, gynaecologen en artsen die zorg verlenen tijdens zwangerschap en geboorte. Voor hen is veilige gegevensuitwisseling cruciaal om goede zorg te leveren. Ze moeten makkelijk en veilig gegevens met collega's kunnen delen.
Zorgorganisaties en zorgnetwerken: Dit zijn de beleidsmakers en bestuurders van zorgorganisaties. Zij faciliteren de samenwerking tussen alle betrokkenen en zorgen voor veilige gegevensuitwisseling met toestemming van de cliënt.
Data-analisten en onderzoekers: Zij gebruiken data uit de geboortezorg om onderzoek te doen en de kwaliteit van zorg te verbeteren. Ze hebben betrouwbare data nodig voor hun werk.
;)
