Structurele bekostiging

Deze FAQ geeft de huidige stand van zaken weer. De komende periode volgt verdere uitwerking in de vorm van een tijdsplanning, praktische handvatten en modellen, zodat VSV’s stap voor stap ondersteund worden bij de implementatie richting 2027.

Heb je vragen die niet in de FAQ worden beantwoord? Mail ons via

Laatste update: 7 september 2026

De KNOV heeft recent informatie en een FAQ over de structurele bekostiging met haar leden gedeeld. We ontvangen vanuit verschillende VSV-besturen signalen dat de verschillen tussen deze informatie en de informatie van de Federatie vragen oproepen en binnen sommige VSV’s voor onrust zorgen. Daarom vinden we het belangrijk hier een korte toelichting op te geven.

Op een aantal onderwerpen verschillen de antwoorden en de inhoudelijke duiding van de KNOV duidelijk van die van de Federatie. We zijn hierover met de KNOV in gesprek. Beide organisaties informeren vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De Federatie staat achter de informatie en antwoorden die wij in onze toolkit en Q&A geven en de zorgvuldigheid waarmee deze tot stand zijn gekomen.

De structurele bekostiging is ontwikkeld in een intensief traject waarin verschillende partijen vanuit hun eigen rol en perspectief hebben bijgedragen. Ook de KNOV is hierbij betrokken geweest. Tegelijkertijd begrijpen we dat partijen het proces en de mate van betrokkenheid verschillend kunnen hebben ervaren. Met de betrokken partijen wordt hierop gereflecteerd.

In een traject met meerdere partijen lopen belangen, wensen en voorkeuren niet altijd gelijk. Om gezamenlijk tot een resultaat te komen zijn soms compromissen nodig en worden er ook keuzes gemaakt die niet voor iedere betrokken partij de voorkeursoptie zijn. Dat geldt ook voor de Federatie. Dit neemt niet weg dat we achter het doel staan om VSV’s een structurele financiële basis te bieden voor de uitvoering van hun taken.

Voor ons staat voorop dat VSV’s kunnen rekenen op duidelijke, zorgvuldige en praktisch toepasbare informatie. Hier zetten we ons met volle overgave en in goede samenwerking voor in.

We blijven daarom in gesprek met de KNOV en andere betrokken partijen en zullen onze informatie actualiseren wanneer nieuwe inzichten of ontwikkelingen daar aanleiding toe geven.

Voorwaarden

Wat is het doel van structurele bekostiging?

Structurele bekostiging vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) is bedoeld om VSV’s financieel te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken, zoals omschreven in het VSV Basiskader. Door hiervoor structureel middelen beschikbaar te stellen, krijgen VSV’s structurele financiële middelen om de samenwerking binnen de geboortezorg duurzaam te organiseren en verder te ontwikkelen.

De NZa omschrijft de taken van het VSV (t.b.v. de structurele VSV bekostiging) als volgt:
“Deze prestatie omvat de volgende vier activiteiten (“categorieën verantwoordelijkheden”) horend bij het organiseren en uitvoeren van de taken van een verloskundig samenwerkingsverband zoals beschreven in de aanwijzing van VWS met kenmerk 4387914-1098294, te weten”:

– Organiseren en beheren van het regionaal samenwerkingsverband Inclusief de gezamenlijke besluitvorming op basis van gelijkwaardigheid;
– Organiseren van de coördinatie van multidisciplinaire gezamenlijke zorg en samenwerking op meerdere gebieden uitgaande van de zorgstandaard als minimum;
– Organiseren van informatievoorziening en communicatie vanuit regionale vsv organisatie; en
– Structureren van gezamenlijke kwaliteitsfocus/cyclus en uitvoering hiervan binnen het VSV.”

De uitvoering van het volledige VSV Basiskader is verplicht. Coördinatie, organisatie en uitvoering van VSV taken ontlast (individuele) zorgverleners door het stellen van juiste prioriteiten en het oppakken van taken binnen het mandaat van de leden van het VSV. Deelname aan werkgroepen wordt al vergoed via de monodisciplinaire tarieven — dit is eerder zo vastgesteld en is ongewijzigd. De structurele bekostiging voegt middelen toe; er wordt niets weggehaald uit de zorgkwaliteitsmiddelen.

Welke voorwaarden worden gesteld als een VSV gebruik wil maken van het nieuwe structurele tarief?

Er zijn een aantal zaken die geregeld moeten worden, namelijk:

  • Het VSV moet een AGB-code hebben.
  • Het VSV moet een juridische entiteit vormen. Als dit niet lukt voor de contractering 2027, is er voor 2027 een uitwijkmogelijkheid door één van de leden van het VSV aan te wijzen als kassier. Dit vraagt een bestuurlijk ondertekende verklaring met de instemming van alle VSV-leden. Deze mogelijkheid wordt alleen voor 2027 geboden. Voor 2028 geldt de verplichting van een juridische entiteit en zijn geen uitwijkmogelijkheden meer voorzien.
  • Het VSV moet een jaarplan en begroting (tezamen ‘offerte’ genoemd) hebben opgesteld voor de taken die beschreven staan in het basiskader, en deze conform het offerteformat hebben ingediend bij de preferente zorgverzekeraar. U ontvangt in juli bericht van uw preferente zorgverzekeraar, met het verzoek een offerte uit te brengen.
  • De offerte wordt gebruikt als basis voor het gesprek met de preferente zorgverzekeraar over de inhoud van het jaarplan, de onderliggende activiteiten en de bijbehorende begroting. Het Het format jaarplan en het format begroting maken onderdeel uit van een inkoophandreiking die is opgesteld vanuit Zorgverzekeraars Nederland in samenwerking de Federatie.
  • Er moeten praktische zaken, zoals een rekening, administratiemodule, bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering enz. geregeld worden. Hiervoor volgt een checklist vanuit de Federatie.
Mag een VSV zelf bepalen hoe het geld wordt besteed via een eigen jaarplan en begroting?

Er is een format begroting (‘referentiebegroting’) en jaarplan (o.b.v. een offerteformat a.d.h.v. de 4 taken van het VSV Basiskader).  Het is belangrijk dat het VSV inzet op alle vier de onderdelen van het basiskader, waar ze de accenten leggen bepaalt het VSV zelf.

Er moet een logische koppeling zijn tussen het jaarplan en de begroting, passend bij de situatie van het specifieke VSV. Een nadere toelichting staat in de gezamenlijke inkoophandreiking van de Federatie en ZN .

Er zijn een aantal vaste posten beschreven, on-topkosten, dit zijn de afdracht voor contributie aan de Federatie en afdracht voor digitale uitwisseling van gegevens in de geboortezorg. Deze formats zijn straks te vinden in stap drie van de toolkit.


Moeten eerdere jaarplannen of subsidieverantwoordingen ook worden ingediend bij contractering?

Nee, dit is niet nodig. Het VSV kan in het nieuwe jaarplan, als zij dit wensen, verwijzen naar behaalde resultaten in de afgelopen jaren om zo het nieuwe verzoek toe te lichten.

Het VSV kan wel worden wel gevraagd naar de lessen die zij haalt uit het evaluatieverslag van de ZonMW subsidie voor haar eigen VSV. Het is niet verplicht het verslag zelf te delen.

Wij willen toch graag de structurele bekostiging aanvragen via één van de pijlers in plaats van een entiteit worden. Kan dit?

Het is voor 2027 eenmalig mogelijk om via één van de pijlers (= deelnemende partijen binnen het VSV) de bekostiging aan te vragen. Dit vraagt wel om een volmacht van alle deelnemende partijen aan de geboortezorgpartij die als VSV gaat optreden. Echter is in deze vorm de bestuurdersaansprakelijkheid van het VSV dan niet te organiseren, omdat je geen zelfstandige juridische entiteit bent. Dit brengt dus risico’s voor de aanvragende partij met zich mee. Verder is het zo dat deze kosten dan als inkomsten van de aanvragende partij worden gezien. Hierdoor neemt de omzet toe, wat mogelijk tot andere verantwoordingseisen voor de eiser kan leiden.

De Federatie adviseert om, waar mogelijk, de bekostiging aan te vragen via een juridische entiteit van het VSV.

Per 2028 is deze uitzondering niet meer mogelijk en dient het VSV een eigen juridische entiteit te zijn.

Als je als VSV geen structurele bekostiging aanvraagt kun je dan wel een vergoeding krijgen voor de on-topkosten?

De on-topkosten zijn onderdeel van de structurele bekostiging, deze kun je dus alleen vergoed krijgen als je structurele bekostiging aanvraagt.

De NZa-prestatiebeschrijvingbeschikking TB/REG-27602-01, onderdeel 1, sub 3) beschrijft de VSV-prestatie als één geheel — namelijk het organiseren en uitvoeren van alle taken van het VSV conform het Basiskader. Gedeeltelijke contractering (bijv. alleen Babyconnect of alleen de DIG, los van de VSV-prestatie) is op basis van de beleidsregel niet mogelijk. De on-topkosten zijn dus onlosmakelijk verbonden aan de VSV-bekostiging als geheel. Een VSV dat geen VSV-bekostiging aanvraagt, kan dan ook geen vergoeding voor de on-topkosten bedingen bij de verzekeraar.

Wat is de tijdsinvestering om de aanvraag voor structurele bekostiging dit jaar nog in te richten?

Dit is lastig in te schatten — het hangt sterk af van de uitgangssituatie van het VSV en hoe de samenwerking er nu voorstaat. Is er al nagedacht over samenwerkingsafspraken of een juridische entiteit, of nog niet? Doel van de subsidieperiode was om dit in twee jaar neer te zetten. De verwachting is dat je met inzet van de coördinator ook de aanvraag- en verantwoordingsprocedure goed kunt coördineren en organiseren.

Het tarief en begroting

Waar bestaat het tarief uit en krijgt ieder VSV hetzelfde tarief?

De contractering van VSV’s verloopt via een vrij tarief met lumpsumbetaling. Dit betekent dat het VSV afspraken maakt met de preferente zorgverzekeraar op basis van haar begroting. De zorgverzekeraars betalen vervolgens ieder kwartaal hun deel van de afspraak aan het VSV. Er zijn geen declaraties op persoonsniveau, maar op basis van het overeengekomen budget (goedgekeurde offerte).

De referentiebegroting helpt bij het opstellen van de begroting. De referentiebegroting is opgebouwd in personele en materiële kosten. Hoe dit bedrag per onderdeel en per bouwsteen wordt ingezet door het VSV kan verschillen. De referentiebegroting onderscheidt drie klassen, al naar gelang de grootte van het VSV (omvangscomponent).

Er zijn ook on-top kosten die door het VSV betaald moeten worden aan andere partijen, denk aan de contributie van de Federatie en kosten voor gegevensuitwisseling.

Zie hiervoor stap 3 van de toolkit.

Is er sprake van een maximumtarief voor VSV’s?

Nee, er geldt een vrij onderhandelbaar tarief.

De referentiebegroting gaat uit van een bandbreedte van verwachte kosten per onderdeel (bijvoorbeeld voor coördinatie en organisatie). Deze bedragen dienen als referentie. VSV’s kunnen hiervan gemotiveerd afwijken, mits dit aansluit op de eigen situatie en onderbouwd wordt in het jaarplan en de begroting. Er moet een logisch verband zijn tussen het jaarplan ( en begroting (beide onderdeel van de offerte); passend bij de situatie van het specifieke VSV.

Moeten VSV’s met zorgverzekeraars onderhandelen over de hoogte van het tarief?

Als VSV ga je in onderhandeling met je preferente zorgverzekeraar over de hoogte van het tarief. Het is aan het VSV om goed te onderbouwen hoeveel middelen nodig zijn en waarvoor. De Federatie geeft hierbij richtlijnen mee; exacte bedragen kunnen niet worden voorgeschreven. Er is een overzichtelijke referentiebegroting met referentiebedragen afhankelijk van de omvang van een VSV.

Daarnaast is er een gezamenlijke inkoophandreiking opgesteld in samenwerking met ZN. Alle zorgverzekeraars hanteren het offerteformat (jaarplan + begroting) uit deze handreiking. De preferente zorgverzekeraar maakt afspraken met het VSV. Wanneer het VSV en de preferente zorgverzekeraar een akkoord hebben bereikt, vraagt de preferente zorgverzekeraar (met toestemming van het VSV) of alle andere zorgverzekeraars ‘gelijkgericht’ willen contracteren.

Het VSV hoeft dankzij deze werkwijze maar met één zorgverzekeraar te onderhandelen om tot volledige dekking van het overeengekomen regionale totaalbudget te komen. Iedere zorgverzekeraar betaalt o.b.v. haar ‘fair share’ haar eigen deel aan het VSV.

In juli 2026 heeft het VSV een uitnodiging van haar preferente zorgverzekeraar om een offerte (jaarplan begroting) uit te brengen.

Wat gebeurt er als je minder hebt uitgegeven dan begroot?

Je rapporteert (in het evaluatiegesprek) hierover aan de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar gaat dan waarschijnlijk dit bedrag verrekenen voor de volgende contracteringsronde.

Wordt het werk van zorgverleners in werkgroepen ook bekostigd via het nieuwe tarief?

Nee, deelname aan werkgroepen door zorgverleners reeds in het monodisciplinaire tarief verwerkt. Om deze reden is er ook niet geschoond op de monodisciplinaire tarieven.

Moet een VSV de financiële organisatie zelf inrichten, of kan dit (deels) worden belegd bij een partner zoals een ziekenhuis?

De overgang naar structurele bekostiging betekent dat VSV’s zelf verantwoordelijk worden voor de organisatie en verantwoording van de middelen. Hoe dit precies wordt ingericht (bijvoorbeeld zelf organiseren versus deels onderbrengen bij een partner, zoals een ziekenhuis) kan per regio verschillen en is ook afhankelijk van de uiteindelijke juridische en contractuele inrichting.

De hoogte van de basiscomponent hangt samen met het feit dat deze organisatorische functies structureel geborgd moeten worden. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor verschillende uitvoeringsmodellen, mits passend binnen de kaders die landelijk worden vastgesteld.

Is er vacatievergoeding voor het bestuur en de besluitvormende kring beschikbaar?

Bestuursvergoeding: De referentiebegroting bevat een post voor vergoeding bestuur. Hier kan het VSV haar vergoeding in haar eigen begroting op baseren. De hoogte is afhankelijk van het inhoudelijke jaarplan en de lokale situatie van het VSV. Het is aan het VSV om deze post goed te onderbouwen.

Besluitvormende kring: Er kan vergoeding worden aangevraagd voor taken die van belang zijn voor de coördinatie van het VSV. Het is dus aan het VSV om te onderbouwen voor welke rollen vergoeding passend is. Als de besluitvorming plaatsvindt via de BVK, is een passende vergoeding in onze ogen goed te onderbouwen. De referentiebegroting biedt hiervoor financiële ruimte — het VSV bepaalt zelf de verdeling over de relevante rollen en legt die onderbouwing voor aan de preferente zorgverzekeraar.

Is er wel vergoeding van uren voor zorgverleners in werkgroepen die gericht zijn op het functioneren van het VSV als geheel (denk aan zorgverschuiving, ouderparticipatie, voorlichtingsfilmpjes)?

In het vaststellen van de bekostiging is besloten dat inzet in werkgroepen door zorgverleners, ook als deze voor het functioneren van het VSV essentieel zijn, niet vergoed worden. Dit komt omdat er in de monodisciplinaire vergoedingen reeds een bedrag zit voor deelname aan multidisciplinaire werkgroepen en overleggen. Omdat er niet geschoond is op deze tarieven, komen deze taken ook niet in aanmerking voor vergoeding.

Mogelijk kunnen de werkgroepen wel efficiënter worden voor zorgverleners, omdat een coördinator uitvoerende taken kan oppakken of ook prioriteiten met de groep kan bepalen. Mocht een werkgroeplid de taken van een coördinator oppakken in een werkgroep (dus meer doen dan een ‘gewoon’ werkgroeplid) zou voor deze persoon wel een vacatie kunnen worden opgenomen.

Komt er een vaste vergoeding voor cliëntparticipatie?

Nee, binnen de referentiebegroting is wel geld beschikbaar voor cliëntparticipatie. Omdat het een vrij tarief is worden hier geen vaste vergoedingen afgesproken. Het bedrag is afhankelijk van de situatie en inrichting binnen het VSV en dient onderbouwd te worden aan de hand van het jaarplan. Waarbij het dus ook mogelijk is om een ander (hoger/lager) bedrag op te nemen in je begroting dan vermeld staat in de referentiebegroting.

Waar kan het VSV controleren in welke categorie (klein-midden-groot) je bent ingedeeld?

Dat kun je controleren in Perined, door het aantal partussen op te zoeken.

Hoe zijn de aantallen bepaald of je klein, middel of groot VSV bent en is hierin rekening gehouden met grensgebieden?

De meest actuele cijfers (aantal partussen) uit Perined zijn hiervoor gebruikt. In Perined is rekening gehouden met grensgebieden.

Waar kun je een toelichting geven als je afwijkt van de referentiebegroting (10%)?

Toelichting van de afwijking (alleen indien de afwijking meer is dan 10%) kun je geven bij het Jaarplan, in één van de vragen onder de betreffende bouwsteen.

Is het niet verstandiger om je zoveel mogelijk te houden aan de referentiebegroting?

Het is van belang om als VSV goed te kijken naar je lokale situatie en wat er nodig is op basis van je plan. Je jaarplan is de basis en de begroting vloeit daar uit voort.

De VSV’s die niet mee hebben gedaan aan babyconnect krijgen die ook de ontop-kosten toegekend?

Ja, deze ontop-kosten zitten in de overeenkomst die wordt gesloten met de zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar gaat wel verwachten dat je er dan wel iets mee gaat doen. Dit kun je in het jaarplan aangeven.

Mag een VSV begrotingsposten samenvoegen?

Ja. De referentiebegroting is een hulpmiddel en geen verplicht format. Een VSV mag begrotingsposten samenvoegen of anders indelen wanneer dit beter aansluit bij de eigen organisatie en administratie. Voorbeeld: als de coördinator ook als kwaliteitsfunctionaris is dan kun je dit samenvoegen tot 1 post.

Het is daarbij belangrijk dat:

  • de begroting logisch is opgebouwd;
  • de kosten goed kunnen worden onderbouwd;
  • duidelijk kan worden toegelicht hoe de begroting is samengesteld.

Kunnen samenwerkingspartners, zoals de GGD, worden opgenomen in het VSV of de begroting?

Een VSV bepaalt zelf welke organisaties via lidmaatschap onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband en welke organisaties via een samenwerkingsovereenkomst betrokken worden.

Werkzaamheden van samenwerkingspartners kunnen worden opgenomen in de begroting, mits:

  • deze binnen het basiskader vallen en bijdragen aan de doelstellingen van het VSV;
  • geen sprake is van dubbele bekostiging.

Dit is bijvoorbeeld relevant bij werkzaamheden rondom Kansrijke Start. In sommige gemeenten ontvangt de GGD hiervoor al financiering. In dat geval mogen dezelfde werkzaamheden niet opnieuw vanuit de structurele bekostiging worden gefinancierd.

Het VSV bepaalt zelf wie de werkzaamheden uitvoert.

Mag een VSV afwijken van de verdeling in de referentiebegroting?

De referentiebegroting en de indicatieve urenranges zijn een transparantie-instrument: beschrijvende informatie op basis van de gepubliceerde referentiebegroting. Elk VSV stelt zijn eigen begroting op, op basis van zijn eigen kosten, uren, tarieven en regionale situatie, en kan van iedere indicatie afwijken.

De Federatie adviseert geen tarieven, verplicht of stuurt niets, en treedt niet op als onderhandelingspartij namens VSV’s.

Hoe moet de 10%-regel worden geïnterpreteerd?

De referentiebegroting en de indicatieve urenranges zijn een transparantie-instrument en geen verplicht format. Elk VSV stelt zijn eigen begroting op basis van zijn eigen kosten, uren, tarieven en regionale situatie.

In het offerteformat wordt gevraagd een inhoudelijke toelichting te geven wanneer de begroting meer dan 10% afwijkt van de referentiebegroting. Dit geldt op de volgende niveaus:

  • Personeelskosten
  • Materiële kosten
  • Overige kosten
  • Totaal niveau

Die toelichting geeft het VSV in het jaarplan: een korte onderbouwing waarom de eigen situatie, activiteiten of regionale context een andere verdeling rechtvaardigt. Er is geen toestemming vereist — de toelichting is informatief en dient als onderbouwing bij het evaluatiegesprek met de verzekeraar.

De Federatie adviseert geen tarieven, verplicht of stuurt niets, en treedt niet op als onderhandelingspartij namens VSV’s.

Hoe bepaal je een passende vergoeding voor werkzaamheden binnen het VSV?

Er bestaat geen landelijk vastgesteld uurtarief voor bestuurders, projectleiders of deelnemers aan werkgroepen. Het VSV bepaalt zelf welke vergoeding passend is. Daarbij is het belangrijk dat de vergoeding:

  • aansluit bij de werkzaamheden;
  • redelijk en uitlegbaar is;
  • goed kan worden onderbouwd.

Verschillende functies kennen verschillende kostprijzen. Het is daarom niet noodzakelijk om uitsluitend uit te gaan van salarisschalen uit cao’s. In verband met de mededingingswet (ACM) mogen deze tarieven niet onderling tussen VSV’s gedeeld worden.

Rol van de Federatie

Wat doet de Federatie om VSV’s te ondersteunen bij het verkrijgen van structurele bekostiging?

De Federatie heeft een toolkit ontwikkeld om VSV’s te ondersteunen bij het verkrijgen van structurele bekostiging. Deze wordt steeds verder uitgebreid.

Daarnaast blijven wij landelijk is gesprek met partners en stakeholders om jullie belangen te behartigen.
In de zomer van ’26 organiseren wij twee keer per week vragenuurtjes, zie hiervoor de agenda op het ledenplatform.

Kan de Federatie een tijdlijn geven?

Zie hiervoor het kopje tijdlijn in de toolkit.

Hoe verhoudt de Federatie zich tot de andere koepels op dit onderwerp?

De ontwikkeling van het basiskader is in nauwe afstemming en met goedkeuring met de koepels tot stand gekomen. Ook bij de verdere uitwerking van de structurele bekostiging blijft deze samenwerking bestaan. De Federatie richt zich primair op ondersteuning van VSV-besturen, terwijl zorgverleners voor beroepsinhoudelijke vragen terecht kunnen bij hun eigen koepel.

Hoe hoog wordt de contributie van de Federatie?

De hoogte van de contributie van de Federatie is terug te vinden in de referentiebegroting.

Hoe is de hoogte van de contributie van de Federatie tot stand gekomen?

De contributie van de Federatie van VSV’s is vanaf 2027 aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren. We begrijpen dat dit vragen kan oproepen en lichten daarom graag toe hoe deze contributie tot stand komt.

In de afgelopen jaren kon de Federatie voor een belangrijk deel van haar activiteiten gebruikmaken van een subsidie vanuit VWS. Daarnaast is veel werk door bestuursleden zonder vergoeding uitgevoerd. Hierdoor konden de kosten voor de aangesloten VSV’s relatief laag blijven. Deze manier van financieren en organiseren biedt echter onvoldoende basis om de ondersteuning en landelijke vertegenwoordiging van VSV’s structureel te borgen.

Met de komst van de structurele bekostiging voor VSV’s ontstaat ook de mogelijkheid om de landelijke ondersteuning en vertegenwoordiging structureel te organiseren. De contributie wordt gebruikt om een professionele Federatie in stand te houden die VSV’s ondersteunt en hun gezamenlijke belangen landelijk vertegenwoordigt. Hiervoor zet de Federatie onder andere een directeur, beleidsadviseurs en relatiemanagers in. Daarnaast blijven we voorzieningen en activiteiten faciliteren, zoals onder andere het ledenplatform, informatievoorziening en kennisdeling, bijeenkomsten en ondersteuning bij landelijke en regionale ontwikkelingen. Hierin is, zoals besloten door de leden in de ALV, een klein, toegankelijk en bereikbaar bureau nog steeds de basis.

De totale begroting van de Federatie wordt verdeeld over de aangesloten VSV’s. Omdat de kosten daarmee over een relatief beperkt aantal leden worden verdeeld, is het contributiebedrag per VSV hoger dan bij een vereniging met een groot aantal leden.

De Federatie vindt transparantie over de besteding van deze middelen belangrijk. De begroting en het jaarverslag worden daarom voorgelegd aan en vastgesteld door de leden.

Contractering met de zorgverzekeraars

Hoe verloopt de contractering met de zorgverzekeraars (tijdlijn)?

Om in aanmerking te komen voor structurele bekostiging hanteert de Federatie de volgende volgorde voorwaarden:

  1. stel een jaarplan en begroting op a.d.h.v. de inkoophandreiking met offerteformat en de referentiebegroting. Dit is de inhoudelijke en financiële basis voor elk gesprek met een zorgverzekeraar (zie stap 1 en 3 van de toolkit)
  2. zorg voor helderheid over de juridische entiteit/ kassier (alleen voor 2027) waarmee de zorgverzekeraar een overeenkomst aangaat (stap 2 van de toolkit);
  3. ga daarna het gesprek aan met de preferente zorgverzekeraar (naar verwachting september/oktober) (stap 3 van de toolkit);
  4. op basis van gelijkgerichte contractering tekenen van overeenkomsten met de overige zorgverzekeraars (naar verwachting november/december);
  5. het VSV legt achteraf financiële en inhoudelijke verantwoording af aan de verzekeraar via een projectadministratie, bestuursverklaring en formeel evaluatiegesprek (stap 6 van de toolkit).

De precieze formele eisen staan beschreven in de NZa-regelgeving, t.w.: prestatiebeschrijvingbeschikking (TB/REG-27602-01), de Beleidsregel integrale geboortezorg BR/REG-27108, de Regeling integrale geboortezorg NR/REG-2703, het Normenkader verantwoording zorgondersteunende activiteiten en de Handreiking inkoop 2027 verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s).

Waarover moet een VSV precies in gesprek met de zorgverzekeraar bij contractering?

De contractering is gebaseerd op een concrete beschrijving van de aard en omvang van de zorgondersteuningsactiviteiten (‘offerteformat’), in combinatie met een gespecificeerde kostenprognose (‘begroting’). De zorgverzekeraar beoordeelt dit voorstel en maakt daarin een zelfstandige afweging binnen het eigen inkoopbeleid. Zie voor een nadere toelichting de handreiking die in samenwerking met ZN is opgesteld, zodat deze definitief is wordt deze gedeeld in stap 3 van de toolkit.

Is het verplicht dat zorgverzekeraars VSV’s contracteren (zorgplicht)?

Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht richting hun verzekerden. Hoe zij deze invullen in relatie tot VSV’s maakt onderdeel uit van hun eigen inkoopbeleid. Als VSV’s, zeker in de eerste periode, tegen vragen of problemen aanlopen in de contractering kunnen zij met ons in contact treden. Wij gaan hierin afstemmen met Zorgverzekeraars Nederland. Voor zowel verzekeraars als VSV’s is de contractering van VSV’s nieuw.

Kan een zorgverzekeraar ervoor kiezen om een VSV niet te contracteren?

In principe worden alle VSV’s uitgenodigd om een offerte in te dienen als startpunt van de contractering 2027. Of de contractering uiteindelijk slaagt zal afhankelijk zijn van de kwaliteit en onderbouwing van het jaarplan en de begroting.

Hoe moet een VSV het contracteringsgesprek voeren en wie kan dat doen?

Het is een andere contracteerwijze dan verloskundigen, kraamzorgaanbieders en ziekenhuizen nu gewend zijn: er wordt gewerkt met een preferente zorgverzekeraar en het tarief is vrij waardoor afstemming op VSV niveau noodzakelijk zal zijn. Ons advies is dus om dit te doen met een afvaardiging van het bestuur van het VSV, eventueel aangevuld met de coördinator van het VSV. Uiteraard is het mogelijk een externe expert of inkoper van één van de aangesloten organisaties aan te laten sluiten, maar bereid dan samen goed voor. Ook hiervoor hopen we een korte instructie te geven.

Kun je ook vanaf Q2/Q3 2027, in plaats van vanaf begin 2027, structurele bekostiging aanvragen?

Nee, het is helaas niet mogelijk om vanaf Q2 of Q3 structurele bekostiging aan te vragen voor 2027. Wel is er voor 2027 een éénmalige uitzonderingsmogelijkheid om via één van de VSV partners te contracteren, mocht het vormen van een entiteit niet lukken voor 2027. Zie hiervoor de andere vragen.

Contracteren als kassier

Wat moet je regelen als je in 2027 via een kassier contracteert?

Wanneer een VSV voor 2027 gebruikmaakt van een kassier, moeten in ieder geval de volgende zaken worden geregeld:

  • De kassier beschikt over een volmacht van de deelnemende VSV-partijen.
  • De deelnemende partijen sluiten een samenwerkingsovereenkomst.
  • De kassier vraagt de benodigde AGB-code aan.
  • De kassier beoordeelt samen met de eigen verzekeraar of de bestaande verzekeringen voldoende dekking bieden voor de kassiersfunctie.
  • De kassier zorgt voor een goede financiële administratie, waarbij de VSV-gelden voldoende gescheiden en herkenbaar worden geadministreerd binnen de eigen organisatie.
    De Federatie schrijft hiervoor geen specifiek boekhoud- of administratiesysteem voor. Het VSV en de kassier zijn zelf verantwoordelijk voor een deugdelijke administratie en kunnen hiervoor een boekhouder, accountant of passend boekhoudpakket inschakelen. Voor de minimale verantwoordingsinformatie wordt aanvullende informatie opgenomen in stap 5 van de toolkit.

Voor de volmacht en samenwerkingsovereenkomst zijn modellen beschikbaar vanuit de Federatie, zie hiervoor stap 3 van de toolkit.

Kan een VSV zich later in 2027 alsnog verzekeren als het gedurende het jaar een juridische entiteit wordt?

Ja. Wanneer het VSV gedurende 2027 alsnog een juridische entiteit vormt, kan die entiteit vanaf dat moment een passende verzekering afsluiten. Dit staat los van de keuze voor de kassier. De kassier waarmee voor 2027 is gecontracteerd, blijft gedurende dat contractjaar de kassier; deze kan niet gedurende het jaar worden gewijzigd.

Praktisch advies: sluit de benodigde verzekering zo vroeg mogelijk af zodra de VSV-entiteit is opgericht en wacht hiermee niet totdat de entiteit daadwerkelijk als kassier optreedt of andere activiteiten uitvoert. Bij een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is namelijk niet vanzelfsprekend dat handelingen of fouten van vóór de ingangsdatum van de verzekering zijn gedekt. Sommige verzekeringen bieden hiervoor een vorm van inloopdekking, maar dit verschilt per polis en geldt doorgaans niet voor feiten of omstandigheden die op het moment van afsluiten al bekend waren. Bespreek daarom met de verzekeraar vanaf welk moment dekking nodig is en welke eventuele eerdere handelingen onder de polis vallen.

Kan een zorggroep die geen deelnemende partij in het VSV is als kassier optreden?

Nee. Bij de contractering van het VSV-tarief moet de kassier één van de deelnemende VSV-partijen zijn.

Wanneer een zorggroep de kassiersfunctie wil vervullen, kan worden onderzocht of deze organisatie deelnemende partij van het VSV kan worden. Daarbij moet wel worden gekeken naar de gevolgen voor onder andere de vertegenwoordiging en besluitvorming binnen het VSV. Is dat niet mogelijk of wenselijk, dan moet een andere deelnemende VSV-partij als kassier optreden.

Moet een kassier zich ook melden als nieuwe zorgaanbieder bij het CIBG?

Nee, dit hoeft niet. Als Kassier heb je een AGB-code met ontheffing. Er wordt dan geen erkenning WTZa geregistreerd, omdat Meldplicht en Vergunningplicht gekoppeld zijn aan het KvK-nummer. Je gaat dus alleen melden als je een nieuwe VSV-entiteit bent of een VSV-entiteit die zich nog niet eerder heeft gemeld.

Hoe kan een kassier zich verzekeren tegen aansprakelijkheid?

De organisatie die als kassier optreedt, is een bestaande juridische entiteit. Deze organisatie kan zich verzekeren tegen de risico’s die samenhangen met haar werkzaamheden, bijvoorbeeld via een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering of een andere passende aansprakelijkheidsverzekering.

Welke verzekering nodig is en of de bestaande verzekering voldoende dekking biedt voor de kassiersfunctie, hangt af van de polisvoorwaarden en de werkzaamheden die de kassier uitvoert. Bespreek daarom met de eigen verzekeraar dat de organisatie als kassier voor het VSV gaat optreden en laat beoordelen of de bestaande dekking hiervoor voldoende is.

Let op welk type verzekering hier feitelijk relevant is. Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dekt bestuurlijke fouten van de kassier-organisatie zélf als rechtspersoon, niet per se de kassiersrol. Voor de risico’s die uit de kassiersfunctie zelf voortvloeien (fouten in de financiële afhandeling, aansprakelijkheid richting de andere VSV-partijen) is eerder een aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (AVB) of een beroeps-/vermogensschadeverzekering relevant. Reguliere AVB van een zorgaanbieder is vaak toegesneden op de zorgverlening zelf, niet op een kassiersfunctie.

Mag een zorgaanbieder voor meerdere VSV’s kassier zijn?

Ja, dit kan. Niets staat eraan in de weg dat een zorgaanbieder voor meerdere VSV’s de kassiersfunctie vervult, mits de organisatie voor elk van die VSV’s zelf een deelnemende partij is en voor elk VSV een aparte volmacht en samenwerkingsovereenkomst heeft.

Twee aandachtspunten wegen dan zwaarder dan bij één kassiersrol. De financiële administratie moet per VSV strikt gescheiden en herkenbaar blijven. En concurrentiegevoelige informatie tussen de VSV’s mag niet vermengd raken — dat risico is groter wanneer één organisatie meerdere geldstromen tegelijk beheert.

Advies: leg intern bij de kassier-organisatie vast wie toegang heeft tot welke VSV-administratie, en bespreek met de eigen verzekeraar of de aansprakelijkheidsdekking toereikend is voor meerdere kassiersrollen tegelijk.

Juridische entiteit

Moet een VSV een juridische entiteit oprichten om het tarief te kunnen ontvangen?

Ja, voor het kunnen ontvangen van het VSV-tarief is het noodzakelijk dat het VSV als entiteit kan contracteren met de zorgverzekeraar. Dit betekent dat een juridische vorm en AGB-code vereist zijn.

Voor 2027 geldt een eenmalige uitwijkmogelijkheid. Eén van de VSV-leden kan optreden als kassier. Hiervoor is een bestuurlijk volmacht nodig van alle deelnemende VSV-leden. Ook zal de kassier een aparte AGB-code moeten aanvragen voor het VSV. Zodra de AGB-code voor het VSV is uitgegeven, moeten de deelnemende organisaties aan het VSV onder deze AGB-code gekoppeld worden.

In 2028 is een eigen juridische entiteit verplicht voor alle VSV’s. Er hoeft dan geen nieuwe AGB-code aangevraagd te worden.

Waarom is een juridisch eniteit nodig terwijl dit extra administratieve lasten geeft?

Een juridische entiteit is noodzakelijk omdat een VSV vanaf de structurele bekostiging zelfstandig deelneemt aan het economisch verkeer. Dat betekent onder andere dat het VSV overeenkomsten kan sluiten, een eigen bankrekening kan openen, betalingen kan ontvangen en uitgaven kan doen. Daarnaast is een juridische entiteit nodig om de organisatie verder te professionaliseren en invulling te geven aan de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het Basiskader VSV’s, zoals goed bestuur en een transparante financiële administratie. Ook maakt een juridische entiteit het mogelijk om een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.

Het klopt dat een juridische entiteit extra administratieve werkzaamheden met zich meebrengt, zoals het voeren van een boekhouding en – afhankelijk van de gekozen rechtsvorm – het opstellen van een jaarrekening en eventuele accountantswerkzaamheden. Bij het opstellen van de referentiebegroting is hiermee rekening gehouden. In de begroting zijn daarom kosten opgenomen voor onder andere de financiële administratie, boekhouding en accountantskosten, zodat deze noodzakelijke uitvoeringskosten kunnen worden meegenomen in de financiering van het VSV.

Welke rechtsvorm is het meest geschikt (stichting, vereniging, coöperatie)?

Voor de contractering lijken al deze 3 vormen geschikt, het is vooral belangrijk te bespreken in het VSV wat de verschillen zijn en met elkaar te bespreken wat het beste past bij dit VSV

Wat gebeurt er als een VSV nog geen entiteit heeft wanneer de bekostiging ingaat?

Voor 2027 geldt een eenmalige uitwijkmogelijkheid. Eén van de VSV-leden kan optreden als kassier. Hiervoor is een bestuurlijke volmacht vanan alle deelnemende VSV-leden vereist. Ook de kassier moet een aparte AGB-code aanvragen voor het VSV. Zodra de AGB-code voor de VSV is uitgegeven, moeten de deelnemende organisaties aan het VSV onder deze AGB-code gekoppeld worden.

In 2028 is een eigen juridische entiteit verplicht voor alle VSV’s. Er hoeft dan geen nieuwe AGB-code aangevraagd te worden.

Kun je later weer uit zo’n entiteit stappen als de structurele bekostiging eenmaal loopt?

Je kunt altijd uit een entiteit stappen als partij als je ontevreden bent. Echter is elke zorgaanbieder (verloskundige, kraamzorg, ziekenhuis) verplicht om bij een VSV aangesloten te zijn. Het is dus belangrijk om actief lid te zijn bij een VSV.

De achterliggende vraag is waarom je uit een entiteit zou willen stappen. Als dat is vanwege ontevredenheid, hopen we juist dat je het gesprek aangaat om dit te verbeteren. Dit is namelijk de essentiële verantwoordelijkheid 1 uit het basiskader.

Komt de Federatie met voorbeeldstatuten?

Ja, de Federatie komt met voorbeeldstatuten. Echter neemt dit niet weg dat je als VSV bestuur met elkaar in gesprek moet over de voorwaarden die voor jullie regio van belang zijn.

Fiscale vragen

Is over vacatiegelden voor VSV-bestuurders btw verschuldigd?

In beginsel niet. Vacatiegeld dat een bestuurder als natuurlijk persoon ontvangt voor het vervullen van de bestuursfunctie is doorgaans niet belast met btw, omdat de bestuurder deze werkzaamheden niet zelfstandig (als ondernemer), voor eigen rekening en risico verricht. Dit sluit aan bij de rechtspraak over bestuurders en commissieleden die geen individueel ondernemersrisico dragen en bij de daarop gebaseerde praktijklijn binnen de geboortezorg.

Dit is anders wanneer iemand feitelijk als externe opdrachtnemer wordt ingehuurd en zelfstandig diensten aan het VSV verricht. Dan kan wel sprake zijn van btw ondernemerschap. Praktisch verdient het de voorkeur vacatiegeld via een declaratie uit te betalen en niet op basis van een factuur.

Moet er BTW worden afgedragen als de bestuurder in meerdere VSV’s bestuurder is?

Dat verandert de btw-behandeling in beginsel niet. Per bestuursfunctie wordt beoordeeld of sprake is van zelfstandige economische activiteiten. Het enkele feit dat iemand bij meerdere VSV’s bestuurder is, leidt niet automatisch tot btw-plicht.

Voor toepassing van de vrijwilligersregeling moet per organisatie worden beoordeeld of aan de voorwaarden wordt voldaan. Voor 2026 geldt een maximale vrijwilligersvergoeding van € 220 per maand en € 2.200 per jaar. Vacatiegelden kunnen onder deze regeling vallen. Overschrijding van deze grenzen betekent dat de vrijwilligersregeling voor die organisatie niet kan worden toegepast. De bestuurder moet daarnaast voor de inkomstenbelasting zijn of haar totale persoonlijke inkomsten uit dergelijke werkzaamheden beoordelen.

Is btw verschuldigd als het vacatiegeld op een zakelijke rekening wordt uitbetaald, bijvoorbeeld die van het ziekenhuis of de kraamzorgorganisatie?

De bankrekening waarop wordt betaald is op zichzelf niet bepalend. Bepalend is wie recht heeft op de vergoeding en in welke hoedanigheid de werkzaamheden worden verricht.

Als de bestuurder persoonlijk recht heeft op het vacatiegeld en uitsluitend vraagt het bedrag aan zijn of haar werkgever over te maken, verandert dat in beginsel niets aan de btw-behandeling. Dit kan anders zijn als het ziekenhuis, de kraamzorgorganisatie of een andere onderneming zelf de werkzaamheden aan het VSV verricht en daarvoor recht heeft op de vergoeding. Dan moet afzonderlijk worden beoordeeld of sprake is van een btw belaste dienst.

Uitbetaling via de werkgever kan daarnaast afzonderlijke administratieve of loonheffingsgevolgen bij die werkgever hebben.

Is over detachering van een medewerker aan het VSV 21% btw verschuldigd?

Hoofdregel: ja. Het tegen vergoeding ter beschikking stellen van personeel is in beginsel een met 21% btw belaste dienst. Voor de gezondheidssector bestaat een specifieke goedkeuring waardoor structurele terbeschikkingstelling onder voorwaarden buiten de btw-heffing kan blijven. Hiervoor gelden voorwaarden voor onder meer de uitlener, de inlener, de aard van de werkzaamheden en de wijze waarop de medewerker ter beschikking wordt gesteld. Bij een VSV is deze uitzondering niet automatisch van toepassing.

Als het VSV voornamelijk coördinatie-, organisatie- en kwaliteitsactiviteiten verricht en zelf geen prestaties verricht waarop de betreffende zorgvrijstelling van toepassing is, zal de uitzondering doorgaans niet kunnen worden gebruikt. Daarom adviseren wij als praktische hoofdregel uit te gaan van 21% btw bij detachering aan het VSV, tenzij vooraf is vastgesteld dat aan de voorwaarden voor een vrijstelling of goedkeuring wordt voldaan. Voor een VSV dat geen of beperkt recht op aftrek van btw heeft, vormt deze btw een kostenpost. In specifieke situaties kunnen ook andere samenwerkingsvormen, zoals kosten voor gemene rekening, worden onderzocht. Hiervoor gelden eigen voorwaarden en dit moet vooraf op basis van de feitelijke afspraken worden beoordeeld.

Wat zijn de fiscale risico’s als het geld niet wordt opgemaakt en wordt ingehouden voor de VSV-entiteit in het jaar erop?

Dit is in eerste instantie een contractuele en verslaggevingsvraag en leidt niet automatisch tot belastingheffing. De afspraken met de zorgverzekeraar zijn bepalend. Als op balansdatum vaststaat dat niet-bestede middelen moeten worden terugbetaald of met toekomstige financiering worden verrekend, ligt verwerking als schuld of overlopende passiefpost voor de hand.

Als het VSV het bedrag nog niet definitief heeft verdiend omdat aan bepaalde voorwaarden of prestaties nog moet worden voldaan, kan eveneens sprake zijn van een vooruitontvangen bedrag. Is het bedrag daarentegen definitief aan het VSV toegekend en vrij beschikbaar, dan behoort het in beginsel tot het resultaat. Een eventuele bestemming van deze middelen voor toekomstige activiteiten leidt dan niet zonder meer tot een schuld; afhankelijk van de rechtsvorm en verslaggevingsregels kan sprake zijn van verwerking binnen het eigen vermogen. Voor eventuele vennootschapsbelastinggevolgen moet vervolgens worden beoordeeld of het VSV vennootschapsbelastingplichtig is.

Het enkele feit dat middelen aan het einde van het jaar nog niet zijn besteed, leidt dus niet automatisch tot een fiscale last.

Praktisch: leg bij niet-bestede middelen duidelijk vast wat volgens de afspraken met de zorgverzekeraar met het restant gebeurt: terugbetaling, verrekening met een volgend jaar of beschikbaarheid voor toekomstige VSV-activiteiten.

Kan een VSV-vereniging bestuursleden meer betalen dan de maximale vrijwilligersvergoeding?

Ja. De maximale vrijwilligersvergoeding is geen maximum voor de beloning die een VSV aan een bestuurder mag betalen. Bij overschrijding kan alleen de vrijwilligersregeling niet meer worden toegepast.

Voor 2026 bedragen de grenzen € 220 per maand en € 2.200 per jaar. Wordt meer betaald, dan moet worden beoordeeld of sprake is van een dienstbetrekking en of loonheffingen verschuldigd zijn. Bij een vereniging is daarbij onder meer relevant of de bestuurder onder gezag van de algemene ledenvergadering werkt. Bij een stichting gelden voor bestuurders specifieke regels voor de loonheffingen. De precieze beoordeling is daarom mede afhankelijk van de rechtsvorm en inrichting van het VSV.

Kan een kwaliteitsmedewerker via vacatiegeld worden betaald?

Niet voor de reguliere werkzaamheden als kwaliteitsmedewerker. Vacatiegeld past bij werkzaamheden die worden verricht vanuit bijvoorbeeld een bestuurs- of vergelijkbare functie, zoals het voorbereiden en bijwonen van vergaderingen.

Wanneer een kwaliteitsmedewerker structurele werkzaamheden verricht op het gebied van bijvoorbeeld kwaliteitsbeleid, audits, implementatie of coördinatie, moet de vergoeding worden behandeld overeenkomstig de feitelijke arbeidsrelatie. Dat kan bijvoorbeeld een dienstverband, detachering of overeenkomst van opdracht zijn.

Alleen wanneer iemand daarnaast een bestuurs- of vergelijkbare functie vervult, kunnen werkzaamheden die daadwerkelijk op die functie betrekking hebben eventueel afzonderlijk met vacatiegeld worden vergoed.

Ben je als VSV ondernemer voor de omzetbelasting?

Over de structurele bekostiging die het VSV van de zorgverzekeraar ontvangt, wordt geen btw berekend. Het VSV hoeft over deze ontvangen middelen dan ook geen btw af te dragen.

Een VSV kan voor andere activiteiten wel btw-plichtig zijn. Dit is afhankelijk van de aard van de activiteiten. Zo kan bijvoorbeeld bij het detacheren van personeel sprake zijn van een btw-belaste prestatie en moet hierover in beginsel btw worden berekend en afgedragen.

Het is daarom belangrijk om per activiteit te beoordelen of sprake is van btw-plicht. Meer algemene informatie over btw en btw-ondernemerschap is te vinden bij de Belastingdienst.

DIG

Waarom moet ik de kosten voor de DIG doorsluizen terwijl wij niet aangesloten zijn op de viewer? Zijn wij dan ook verantwoordelijk?

Het volgende bericht is door ZN opgesteld ter beantwoording van deze vraag:

VWS heeft besloten om de financiering van de landelijke digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg, bestaande uit de componenten DIG/Blinkz, beheer (RSO) en viewer, via de VSV bekostiging te laten lopen. Dit betekent dat verzekeraars genoodzaakt zijn om in het overeengekomen tarief een vaste component voor de financiering van de digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg op te nemen. Dit deel van het budget dient door ieder gecontracteerd VSV te worden afgedragen, zodat de landelijk afgesproken begroting kan worden gerealiseerd. Dit betekent niet dat een VSV vervolgens verplicht is gebruik te maken van deze diensten. Wij begrijpen dat er VSV’s zijn die hun gegevensuitwisseling reeds op eigen kosten en met een eigen systematiek hebben ingericht.

Hoewel onze voorkeur uitgaat naar een zo uniform mogelijke landelijke inrichting van de gegevensuitwisseling, staat het ieder VSV vrij om de eigen systematiek te blijven gebruiken. Dit staat los van de hierboven beschreven afdracht. Voor een eigen systematiek is echter geen aanvullende vergoeding beschikbaar; vergoeding is uitsluitend voorzien voor de landelijke digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg.

Is het tarief voor de DIG vrij te besteden?

Nee, het DIG component is een reservering (doorsluiskosten) die niet door het VSV vrij te besteden zijn. Zie hiervoor de andere vraag en het antwoord van ZN.

Administratie, uitvoering en verantwoording

Waarom wordt het VSV aangemerkt als zorgverlener?

Om middelen van zorgverzekeraars te ontvangen is een zorgaanbiederstatus vanuit de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) formeel vereist. Randvoorwaardelijk voor de Federatie is echter dat er schriftelijke duidelijkheid komt dat VSV’s voor de Wkkgz en Wtza niet als (zorgaanbieder worden aangemerkt, ook gedurende de periode vóórdat de Wmg-wijziging formeel is doorgevoerd. We verwachten hierover in juli duidelijkheid vanuit VWS, NZa en Zorginstituut.

Hoe worden activiteiten en financiën straks geregistreerd en gecontroleerd?

Het VSV dient een inzichtelijke en navolgbare projectadministratie in te richten, waarin zowel de uitgevoerde activiteiten als de bijbehorende kosten worden vastgelegd. Regels en voorwaarden zijn terug te vinden in de inkoophandreiking VSV contractering.
Op basis hiervan stelt het VSV jaarlijks een financiële verantwoording op, waarin de werkelijke kosten worden afgezet tegen de begroting. Deze verantwoording maakt onderdeel uit van de contractuele afspraken met de zorgverzekeraar en wordt voorzien van een bestuursverklaring.

Uitgangspunt hierbij is dat de verantwoording aansluit op de daadwerkelijk uitgevoerde activiteiten en gemaakte kosten. In aanvulling hierop vindt een evaluatiegesprek plaats met de zorgverzekeraar over de uitvoering van de gemaakte afspraken.

Op basis van het huidige NZa-normenkader wordt daarbij niet uitgegaan van een verplichte accountantsverklaring voor VSV’s.
Het is geen klassiek systeem van zorgprestatie, declaratie en controle.
Dit systeem is gebaseerd op vertrouwen, onderbouwing en toetsing achteraf via een formeel evaluatiegesprek.

Wanneer uit het evaluatiegesprek blijkt dat realisatie en begroting ver uiteen liggen, wordt het verschil verrekend in de afspraak voor het jaar erop. Dit is het geval bij een onderschrijding maar niet per definitie bij een overschrijding. Het VSV maakt hier samen met de preferente zorgverzekeraar afspraken over.

Moet een VSV de financiële organisatie zelf inrichten, of kan dit (deels) worden belegd bij een partner zoals een ziekenhuis?

De overgang naar structurele bekostiging betekent dat VSV’s zelf verantwoordelijk worden voor de organisatie en verantwoording van de middelen. Hoe dit precies wordt ingericht (bijvoorbeeld zelf of uitbesteding aan een andere deelnemer, zoals een ziekenhuis) kan per regio verschillen. Ongeacht de vorm blijft het VSV zelf verantwoordelijk voor het voeren van een deugdelijke financiele administratie.

Tegelijkertijd blijft er ruimte voor verschillende uitvoeringsmodellen, mits passend binnen de kaders die landelijk worden vastgesteld.

Kunnen we nu een AGB-code aanvragen?

De AGB-code kan nu aangevraagd worden, de instructies zijn terug te vinden in onze toolkit.

Hoe organiseert een VSV de personele inzet?

De structurele bekostiging schrijft niet voor hoe een VSV zijn organisatie moet inrichten.

Een VSV kan ervoor kiezen om:

  • medewerkers in dienst te nemen;
  • personeel te detacheren;
  • zelfstandigen in te huren;
  • werkzaamheden onder te brengen bij aangesloten organisaties.

Welke constructie het meest passend is, hangt af van de regionale situatie en de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden.

De Federatie heeft hiervoor verschillende handreikingen beschikbaar gesteld in de toolkit (stap 4), waaronder de documenten over werkgeverschap en personele inzet.

Welke verantwoording legt een VSV af richting de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)?

De structurele bekostiging brengt geen nieuwe verantwoordingsplicht richting de IGJ met zich mee.

De huidige werkwijze blijft van kracht. De IGJ bezoekt periodiek VSV’s en kan daarbij verbeterpunten meegeven. Wanneer een VSV een inspectiebezoek heeft gehad, is het belangrijk deze verbeterpunten en de opvolging daarvan op te nemen in het kwaliteitsjaarverslag of jaarplan en de leden hierin mee te nemen.

Voor VSV’s die geen inspectiebezoek hebben gehad, ontstaan geen aanvullende verplichtingen richting de IGJ.

Hoe ziet de financiële verantwoording van een VSV eruit?

Deze verantwoording bestaat uit twee delen, namelijk een Wtza-jaarverantwoording en een NZa-normenkader verantwoording. We bespreken ze hier beiden.

o Wtza- jaarverantwoording

Op dit moment wordt verwacht dat VSV’s onder de categorie micro-zorgaanbiedersgaan vallen, dit is gebaseerd op de verwachte omzet. Wanneer dit definitief wordt bevestigd, betekent dit dat een accountantscontrole niet verplicht is.

Wel wordt verwacht dat een VSV:

  • een offerte opstelt;
  • een navolgbare financiële administratie bijhoudt;
  • een evaluatiegesprek voert met de zorgverzekeraar.

Als we kijken naar een micro-zorgaanbieder, worden de volgende zaken verwacht:

  • Een beperkte balans en staat van baten en lasten worden aangeleverd via DigiMV maar worden niet openbaar gemaakt.
  • Alleen de bestuursverklaring wordt openbaar gepubliceerd via jaarverantwoordingzorg.nl.
  • Geen accountantsverklaring, geen bestuursverslag vereist.

Dit alles ligt onder het NZa-normenkader, wie aan het NZa-kader voldoet, voldoet daarmee ook aan de Wtza-verantwoordingsplicht. Ter vergelijking: ook voor kleine zorgaanbieders geldt geen accountantsverklaring, maar wel een volledige jaarrekening (die wél openbaar wordt).

o NZa-normenkader

De volgende stap is dus om te kijken wanneer je aan het NZa-normenkader voldoet voor verantwoording zorgondersteuningsactiviteiten (het VSV-tarief).

Het NZa-normenkader is helder en relatief licht. De kern is de formule: Begroting + Evaluatie = Realisatie (dit bestaat uit de volgende drie elementen)

a) Contract: concrete beschrijving van de activiteiten + gespecificeerde kostenprognose (jaarplan + begroting).

b) Projectadministratie: inzichtelijk en navolgbare verantwoording over de werkelijke activiteiten en werkelijke kosten van de zorgondersteuningsactiviteiten

  • Verantwoording werkelijke activiteiten
  • Verantwoording werkelijke kosten
  • Bestuursverklaring door het bestuur van het VSV/de rechtspersoon
  • Mogelijkheid deelwaarneming door de verzekeraar

c) Evaluatiegesprek: de zorgverzekeraar moet vastleggen dat er een evaluatiegesprek over het nakomen van gemaakte afspraken heft plaatsgevonden. Eventuele aanpassingen worden toekomstgericht meegenomen.

Wat expliciet níet vereist is:

  • Geen externe accountantsverklaring, die geldt alleen voor Thuisarts.nl/ZDPI’s
  • Geen samenstellingsverklaring, beoordelingsverklaring of controleverklaring
  • Geen gewaarmerking door een externe partij — de bestuursverklaring zelf ís de gewaarmerkte financiële verantwoording

De administratie hoeft dus niet in een specifiek boekhoudpakket te worden bijgehouden, dit mag wel. Een Excel-administratie is eveneens voldoende, mits deze inzichtelijk is en dat het 4-ogenprincipe en aantoonbare accordering kan worden aangetoond. Dit is vaak eenvoudiger in een boekhoudprogramma. Met de bestuursverklaring neemt het VSV-bestuur expliciet bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de juistheid van de verantwoording. Dat is meer dan een administratieve handling.

Hoewel een accountantscontrole waarschijnlijk niet verplicht wordt, kan een VSV er wel voor kiezen een accountant of boekhouder in te schakelen voor financieel advies of ondersteuning bij de administratie. Daarom is hiervoor een begrotingspost opgenomen in de referentiebegroting.

De Federatie verwacht vóór het indienen van de offertes definitieve duidelijkheid over de verantwoordingsvereisten en zal de toolkit hierop aanvullen (stap 5).

Hoe zit het ACM-technisch als je deelneemt in meerdere VSV’s?

e kunt als bestuurder in meerdere VSV’s plaatsnemen. Waar het om gaat is dat je de informatiestromen tussen de VSV’s scheidt: begrotingen, tarieven, offertes en capaciteitsplanning van het ene VSV mogen niet bij het andere terechtkomen. Dit is niet alleen een kwestie van vertrouwelijkheid, maar een mededingingsrechtelijke eis (art. 6 Mededingingswet). Ook onbedoelde uitwisseling via één persoon kan al een overtreding opleveren.

Praktisch en concreet betekent dit:

  • Onthoud je van bespreking en besluitvorming zodra een agendapunt tarieven, kostprijzen of offertes van het andere VSV raakt. Leg dit vast in de notulen.
  • Deel of stuur geen financiële stukken door tussen de VSV’s.
  • Zie je synergie (bijvoorbeeld een gezamenlijke kwaliteitsmedewerker), agendeer dat dan als organisatorisch punt op initiatief van de VSV’s zelf, niet op basis van cijfers die je via de andere bestuurstafel kent. Houd het gesprek dan beperkt tot de inrichting (bijvoorbeeld gelijke vergoeding per VSV voor dezelfde rol), niet tot tarieven onderling.

Kortom: het mag, mits je dit aantoonbaar organiseert — niet alleen erop vertrouwt.

Risico’s & verantwoordelijkheden

Wordt een VSV straks verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van zorg in de regio?

Nee, dit is niet de taak van het VSV. Het VSV heeft hierin wel een rol in het signaleren, agenderen en bespreken van knelpunten en mogelijke oplossingen.

Kan een VSV aansprakelijk zijn voor niet medische kwesties?

Bestuurders kunnen persoonlijk (en met hun privévermogen) aansprakelijk worden gesteld als hen een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voorbeelden:

  • Fouten in de zorginkoop en contractering: zoals het sluiten van nadelige of onrealistische contracten met zorgverzekeraars, waardoor het samenwerkingsverband in financiële problemen komt.
  • Onjuiste declaraties
  • Onrechtmatige verdeelsleutels Conflicten of fouten bij het verdelen van het binnengekomen geld onder de aangesloten disciplines
  • Schending van de Wbtr Het niet op orde hebben van de statuten, het niet melden van tegenstrijdige belangen of gebrekkig financieel toezicht
  • Faillissement Indien het VSV failliet gaat door aantoonbaar wanbestuur, kunnen schuldeisers of de curator de schade direct verhalen op het privévermogen van de bestuurders.

Vanuit de Federatie is daarom het advies een juridisch entiteit te vormen met daarbij passende statuten en een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.

Kan een VSV aansprakelijk zijn voor medische kwesties?

Een VSV is géén hulpverlener in de zin van het Burgerlijk Wetboek (lees: WGBO). Dit brengt met zich dat het VSV – onder normale omstandigheden – niet ten opzichte van de patiënt aansprakelijk is voor medische kwesties. De verantwoordelijkheid en eventuele aansprakelijkheid rust bij de hulpverleners (lees: geboortezorgprofessionals) die met de zwangere de geneeskundige behandelingsovereenkomst aangaan. Overigens kan aansprakelijkheid ook op een andere manier, zoals bijvoorbeeld uit onrechtmatige daad, ontstaan.

Het VSV is wel verantwoordelijke en aansprakelijk wanneer het gaat over coördinerende taken die voortvloeien vanuit het VSV Basiskader.

Zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk voor de financiële verantwoording?

In principe niet. Wanneer het VSV is ondergebracht in een rechtspersoon en een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is afgesloten, zijn bestuurders in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk voor financiële verplichtingen van de organisatie.

Wel blijft van bestuurders verwacht worden dat zij hun taak zorgvuldig en verantwoord uitvoeren. Dit wordt ook wel behoorlijk bestuur genoemd. Dat betekent onder andere dat bestuurders handelen in het belang van de organisatie, zich houden aan wet- en regelgeving en de statuten, financiële risico’s zorgvuldig afwegen en zorgen voor een deugdelijke administratie en besluitvorming. Wanneer bestuurders hun taak ernstig verwaarlozen, bewust onverantwoord handelen of sprake is van onbehoorlijk bestuur, kan in uitzonderlijke situaties alsnog sprake zijn van persoonlijke aansprakelijkheid.

Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering biedt bescherming tegen veel bestuurlijke risico’s, maar dekt niet alle situaties. Daarom blijft zorgvuldig bestuur altijd een belangrijke randvoorwaarde.

Is het afsluiten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering verplicht?

Het afsluiten van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is aan te raden. Het enkel opnemen van bepalingen in de statuten rondom bestuurdersaansprakelijkheid is in de praktijk vaak niet voldoende; aanvullende verzekering kan relevant zijn. We komen hier op korte termijn uitgebreider op terug via het ledenplatform.

De bestuurder/vertegenwoordiger van het ziekenhuis is ook verzekerd voor bestuursfuncties als vertegenwoordiger van het ziekenhuis binnen andere samenwerkingsverbanden is dit voldoende of er toch een extra verzekering nodig voor het VSV?

De bestuurder is dan verzekerd voor zijn/haar werkzaamheden als vertegenwoordiger van het ziekenhuis. Indien het VSV echter een eigen entiteit is (dat is vaak voor de verzekeringen iets anders dan een netwerksamenwerkingsverband) komen hier vaak bestuurlijk andere verantwoordelijkheden bij kijken. Omdat je je gehele bestuur wilt verzekeren voor het besturen in het VSV is het het dringende advies om wel een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering als VSV aan te vragen.

Kan iemand bestuurder of coördinator zijn bij meerdere VSV’s?

Ja. Iemand kan bij meerdere VSV’s betrokken zijn. Wel moeten concurrentiegevoelige informatiestromen strikt van elkaar worden gescheiden. Begrotingen, tarieven, offertes, kostprijzen en capaciteitsinformatie van het ene VSV mogen niet bij het andere VSV terechtkomen of daar worden gebruikt.

Dit betekent niet dat iemand niet meer mag deelnemen aan overleg. Het gaat erom dat informatie van VSV A niet wordt gedeeld met VSV B en niet wordt gebruikt om bijvoorbeeld een betere onderhandelingspositie te verkrijgen. Maak hierover expliciete afspraken (bijvoorbeeld in een protocol of geheimhoudingsverklaring per betrokkene) en leg waar nodig onthouding van bespreking of besluitvorming vast in de notulen.

Verhouding tot bestaande bekostiging

Wordt het werk van zorgverleners in werkgroepen ook bekostigd via het nieuwe tarief?

Nee, deelname aan werkgroepen door zorgverleners reeds in het monodisciplinaire tarief verwerkt. Om deze reden is er ook niet geschoond op de monodisciplinaire tarieven.

Is er risico dat werkzaamheden dubbel bekostigd worden (bijvoorbeeld via bestaande zorgtarieven)?

Het VSV moet in de verantwoording aantoonbaar maken dat geen sprake is van dubbele bekostiging. Dit maakt onderdeel uit van de bestuursverklaring en de financiële verantwoording.

Kan subsidie uit andere programma’s (bijv. ZonMw) conflicteren met het nieuwe tarief?

Als er mogelijk overlap is tussen activiteiten zou dit kunnen conflicteren. Bijvoorbeeld: inzet voor een coördinator via een subsidie zou kunnen betekenen dat de verzekeraar vragen stelt waarom zij hier dan ook nog voor moeten betalen. Het is daarom belangrijk om eventuele overlap vooraf goed in beeld te brengen en te voorkomen. Hiervoor wordt het subsidiebedrag in mindering gebracht op de begroting die wordt ingediend bij de preferente zorgverzekeraar. De activiteiten die worden verricht vanuit de subsidie worden wel in het jaarplan opgenomen.

Onze subsidie loopt tot en met Q1 van 2027, deze verlengingen is al aangevraagd en goedgekeurd, wat heeft dit voor gevolgen voor de structurele bekostiging? Kun je bijvoorbeeld eventueel ook bekostiging aanvragen voor alleen Q3 en Q4 van 2027?

Dit gesprek voeren we op dit moment nog met de zorgverzekeraars. Op dit moment kijken we of we als Federatie en ZonMw in gesprek gaan met de VSV’s voor wie die verlenging geldt. We kijken of welke onderdelen dit is aangevraagd en welke opties er zijn. Samen met VWS en ZonMw kijken we ook hoe we dit gesprek kunnen voeren met de verzekeraars.

Los van de verlenging van de subsidie voeren we het gesprek of je de bekostiging ook later in 2027 in kunt laten gaan. Dit kan door de subsidie, maar ook doordat een entiteit voor 1 januari niet haalbaar is. Zodra hier meer over bekend is, zullen we dit aanvullen in de Q&A.

Onze subsidie loopt tot en met februari 2027 of we hebben verlenging aangevraagd, hoe verhoudt dit zich tot de structurele bekostiging?

Als de ZonMw subsidie doorloopt in de periode dat je ook structurele bekostiging aanvraagt kan dit conflicteren. We adviseren je alle subsidies af te ronden voor 31 december 2026. Indien dit niet lukt is het belangrijk dat de aanvraag voor structurele bekostiging geen overlap heeft met je subsidiegelden.

Hoeveel uren van de monodisciplinaire bekostiging van zorgverleners is voor werkgroepen van het VSV?

Zoals eerder aangegeven worden werkgroep uren voor zorgverleners niet vergoed vanuit de structurele bekostiging. Dit komt omdat deze uren vergoed worden vanuit de mono-disciplinaire bekostiging. Bij veel zorgverleners is dit niet bekend. Het is aan de beroepsgroepen zelf om dit inzichtelijker te maken. De Federatie geeft dit signaal terug aan de koepels.

Wat staat er in het Gupta-rapport over besparingen na 2030?

Het Gupta-rapport beschrijft een potentieel effect op de langere termijn: als integrale geboortezorg goed van de grond komt, zou dat op termijn kunnen bijdragen aan een daling van het aantal sectio’s en daarmee aan kostenreductie in de MSZ. Dat is volgens Gupta een reële verwachting, en VWS heeft dat ook als uitgangspunt gehanteerd bij het opnemen van de VSV-bekostiging in het macrokader.

Maar (en dit is wel cruciaal) de praktijk leert dat dit soort effecten veel trager worden gerealiseerd dan in eerste instantie wordt aangenomen. Er zitten veel stappen tussen de invoering van een nieuwe bekostigingsvorm en een aantoonbaar, meetbaar effect op volume in de MSZ. Die stappen vragen tijd, goede implementatie én deugdelijke monitoring. Een monitoring(opzet) die er nog niet is, maar waar momenteel wel door alle partijen aan wordt gewerkt om deze te laten starten bij de start van de vaste bekostiging.

Is er sprake van schoning van het MSZ budget?

Op dit moment is er géén sprake van schoning van het MSZ-budget als directe consequentie van VSV-bekostiging. Dit is ook vanuit de Federatie uitdrukkelijk ingebracht en wordt bewaakt. De bekostiging van VSV’s dient uit het macrokader te komen — niet ten laste van bestaande ziekenhuisbudgetten. Voor zover het gaat om eventuele volume-effecten op langere termijn: dat is een afzonderlijk traject.

Wij werken er via de LTIG (Landelijke Tafel Integrale Geboortezorg) actief aan om afspraken te maken over een deugdelijke monitoring van effecten, bijvoorbeeld langs de lijnen van het quadruple aim-framework. Die monitoring moet op termijn objectief in kaart brengen óf en wanneer effecten optreden. Zonder die monitoring is schoning van budget volgens op niet gebaseerd op feiten en dus ook nog niet aan de orde — en dat standpunt verdedigen wij actief richting VWS en zorgverzekeraars.

Dit is iets voor de totale zorginkoop-afspraken tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen, en nadrukkelijk níet iets wat nú al in de contractering met VSV’s noch in de contractering MSZ thuishoort.

Strategische vragen over het systeem

Wat gebeurt er als een VSV besluit geen gebruik te maken van structurele bekostiging?

Als een VSV ervoor kiest geen gebruik te maken van structurele bekostiging, blijft de verplichting bestaan om invulling te geven aan de taken uit het basiskader. Deze werkzaamheden komen dus niet te vervallen, maar zullen uit eigen middelen bekostigd moeten worden.

In dat geval zal de zorgverzekeraar het gesprek aangaan over de reden om geen aanspraak te maken op de bekostiging en hoe het VSV desondanks de uitvoering van de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg (ZIG) en het basiskader in de regio borgt.

Is deze bekostiging een eerste stap richting integrale bekostiging van Geboortezorg?

Nee, dit is een aparte bekostiging en geen stap naar integrale bekostiging. Deze bekostiging maakt het uitvoeren van de taken van het VSV basiskader makkelijker en ontlast de zorgverleners hierbij. Er is altijd de optie om over te stappen naar integrale bekostiging, maar dit is echt een andere vorm van zorg.

Hoeveel tijd en geld kost het om te voldoen aan het basiskader zonder structurele bekostiging?

Dit is niet eenduidig vast te stellen — het hangt af van de doelen en de huidige situatie van het VSV. Voldoen aan het VSV Basiskader blijft verplicht, alle relevante kosten dient het VSV dan zelf te financieren! Ook de kosten voor de Federatie en DIG (onderdeel van VSV Basiskader) zullen dan zelf gedragen moeten worden. Zodra de referentiebedragen zijn vastgesteld zullen we deze direct delen met alle VSV’s, de verwachting is 2e helft juni.

Volledigheidshalve: ook gedeeltelijk instappen is geen optie. De NZa-beleidsregel (BR/REG-27108, artikel 5) definieert de VSV-prestatie als één ondeelbaar geheel, dus het totaal van alle VSV-taken conform het Basiskader. Een VSV kan niet kiezen om bijvoorbeeld alleen Babyconnect of alleen de DIG via de structurele bekostiging te financieren zonder de volledige VSV-prestatie te contracteren. De keuze is daarmee in essentie binair: wel of niet de structurele bekostiging aanvragen.

Scroll naar boven